Intellectuele eigendom in het conflictenrecht
Einde inhoudsopgave
Intellectuele eigendom in het conflictenrecht (R&P nr. IE1) 2009/5.2.1:5.2.1 Terugblik: de probleemstelling en de gevonden verklaring
Intellectuele eigendom in het conflictenrecht (R&P nr. IE1) 2009/5.2.1
5.2.1 Terugblik: de probleemstelling en de gevonden verklaring
Documentgegevens:
mr. S.J. Schaafsma, datum 25-06-2009
- Datum
25-06-2009
- Auteur
mr. S.J. Schaafsma
- JCDI
JCDI:ADS469954:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Algemeen
Internationaal privaatrecht / Conflictenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
587. Terugkoppeling probleemstelling. Het doel van de onderhavige studie is, zo werd reeds in de Inleiding vastgelegd, het verklaren van het geldende recht op het snijvlak van conflictenrecht en intellectuele-eigendomsrecht.1 Daarbij was als centrale onderzoeksvraag (probleemstelling) geformuleerd de vraag of de Berner Conventie en het Verdrag van Parijs een conflictregel bevatten, in het bijzonder de vraag of het beginsel van nationale behandeling in die verdragen een conflictregel bevat.2
588. Die vraag — dus de vraag naar de `zenderbetekenis'3 van het beginsel van nationale behandeling — hebben wij beantwoord. Het onderzoek tot dusver heeft het inzicht opgeleverd dat in dit beginsel twee met elkaar vervlochten regels besloten liggen: een conflictregel en een vreemdelingenrechtelijke regel. Vreemdelingenrechtelijk gezien schrijft het beginsel van nationale behandeling non-discriminatie voor — daarmee verankert het beginsel van nationale behandeling het nondiscriminatiebeginsel. Conflictenrechtelijk gezien is het beginsel van nationale behandeling de vervollediging van het formele-territorialiteitsbeginsel; het vervolledigt het toepassingsbereik van de formeel- en materieel-territoriaal toepasselijke wet — en daarmee verankert het beginsel van nationale behandeling het formele-territorialiteitsbeginsel. Verklaard is waarom in het beginsel van nationale behandeling een conflictregel ligt besloten (hoofdstuk 1 tot en met 4), en bovendien is verklaard waarom wij deze conflictregel tegenwoordig niet meer begrijpen en hoe die begripsverduistering heeft plaatsgevonden (par. 5.1). Deze verklaring kan als volgt worden samengevat in twee alinea's:
Van oudsher verkeerde het vreemde 'element' (een werk, auteur, merkhouder enz.) in een toestand van rechteloosheid. Die (destijds politiek-economisch wenselijk geachte) toestand had juridisch gezien twee mogelijke oorzaken. Meestal was de oorzaak de combinatie van drie statutistisch-conflictenrechtelijke afbakeningen van het toepassingsbereik van de nationale intellectueleeigendomswet, te weten (i) materiële territorialiteit, (ii) formele territorialiteit, en (iii) de afbakening tot nationale elementen. Soms was de oorzaak een beperking van de rechtsbevoegdheid van vreemdelingen. In beide gevallen kent de toestand van rechteloosheid twee aspecten: er is een rechtsvacuüm (er is géén toepasselijk recht) en er is discriminatie. In de eerste helft van de negentiende eeuw begon men deze toestand als problematisch te ervaren en ontwikkelde men een remedie: het beginsel van nationale behandeling. Dit beginsel brengt het vreemde element onder de hoede van de nationale wet, en aldus heft het de toestand van rechteloosheid in haar beide aspecten op. Het bevat dus zowel een conflictregel als een non-discriminatiebeginsel, hetgeen in de negentiende eeuw volstrekt vanzelfsprekend werd gevonden. Dit beginsel is in de negentiende eeuw uitgegroeid tot de standaard in het internationale intellectuele-eigendomsrecht. Het is ook overgenomen in de Berner Conventie en in het Verdrag van Parijs.
Tegenwoordig begrijpen wij de conflictregel in het beginsel van nationale behandeling niet meer omdat, in essentie, wij het rechtsvacuüm niet onderkennen. Dit is het gevolg van een onopgemerkte verschuiving van het conflicten-rechtelijke denken over het intellectuele-eigendomsrecht. Het rechtsvacuüm en het beginsel van nationale behandeling zijn fenomenen uit de statutistischconflictenrechtelijke denkwereld, terwijl wij tegenwoordig — ook ten aanzien van het intellectuele-eigendomsrecht — denken binnen de Savigniaans-conflictenrechtelijke denkwereld. En in dat universum is een rechtsvacuüm onbestaanbaar. Bovendien zijn in de Savigniaanse denkwijze conflictenrecht en vreemdelingenrecht strikt gescheiden, waardoor wij de statutistische afbakening van het toepassingsbereik van de nationale wet tot nationale elementen niet als conflictenrecht, maar als vreemdelingenrecht duiden; daardoor miskent men het rechtsvacum in de toestand van rechteloosheid. Ten slotte zijn wij vervreemd geraakt van het formele-territorialiteitsbeginsel, waardoor veel primaire bronnen voor ons onbegrijpelijk zijn geworden.
589. Vacuüm als nucleus. De kern van de verklaring wordt dus gevormd door het rechtsvacuüm in de toestand van rechteloosheid. Op dat rechtsvacuüm vormde de conflictregel in het beginsel van nationale behandeling immers het antwoord. En juist het rechtsvacuüm kunnen wij door onze Savigniaanse bril niet meer zien, waardoor wij de conflictregel tegenwoordig niet meer begrijpen.
590. Wat er verklaard wordt. Wij hebben gezien dat vanuit deze kern de probleemstelling geheel kan worden verklaard; er kan zelfs méér worden verklaard. In het bijzonder:
kan, als gezegd, worden verklaard waarom in het beginsel van nationale behandeling een conflictregel ligt besloten;
kan worden verklaard waarom deze conflictregel vroeger vanzelfsprekend was, terwijl wij haar tegenwoordig niet meer begrijpen;
kan de tekst van artikel 5 lid 1 van de Berner Conventie volledig en consistent worden verklaard (met name de in onze ogen enigszins merkwaardige formulering "de rechten, welke de onderscheidene wetten thans of in de toekomst aan de eigen onderdanen verlenen of zullen verlenen" valt op haar plaats);
kan m.m. ook de tekst van artikel 2 lid 1 van het Verdrag van Parijs volledig en consistent worden verklaard;
kan de tekst van artikel 5 lid 2 van de Berner Conventie volledig en consistent worden verklaard, met name haar tweede volzin ("Bijgevolg worden, buiten de bepalingen van deze Conventie, de omvang van de bescherming, zowel als de rechtsmiddelen, die de auteur worden gewaarborgd ter handhaving van zijn rechten, uitsluitend bepaald door de wetgeving van het land, waar de bescherming wordt ingeroepen");
kan de (verwarring rond de) exclusieve-bevoegdheidsgrond in met name het industriële-eigendomsrecht worden verklaard; en
kunnen eenzijdige conflictregels in veel (oude) nationale intellectuele-eigendomswetten, zoals artikel 47 Auteurswet, worden verklaard.
591. Daarmee lijkt een accurate en veelomvattende verklaring van het geldende recht op het kruispunt van het intellectuele-eigendomsrecht en het conflictenrecht te zijn geleverd. De gevonden verklaring is — voor zover mij bekend — nieuw. Daarnaast is zij op zichzelf genomen vrij eenvoudig als men de crux — de blikwisseling — begrijpt.
592. Andere onderzoeksvragen. Wij zijn daarmee op een punt in deze studie aangekomen waarop wij ons kunnen richten op andere belangrijke onderzoeksvragen. Dat is in de eerste plaats de vraag of de gevonden conflictregel strookt met de huidige rechtsopvattingen en rechtspraktijk, of zij binnen de marges van het geldende recht eventueel kan worden gemoderniseerd, en — zo dat mogelijk is — de vervolgvraag hoe zij er dan uit komt te zien. Dit alles komt aan de orde in par. 5.3. Daarnaast, in de tweede plaats, is er de vraag hoe het conflictenrecht in het intellectuele-eigendomsrecht idealiter zou moeten luiden; met die vraag is het domein van het geldende recht verlaten, het gaat dan om een normatieve uitspraak (wenselijk recht). Hieraan is een kort exposé in par. 8.2 gewijd.
593. Breder perspectief. Ondertussen lijkt het tot dusver verrichte onderzoek tegelijk, in breder verband, enkele nieuwe inzichten te hebben opgeleverd in het conflictenrecht, het vreemdelingenrecht en hun onderlinge relatie. Een belangrijk algemeen conflictenrechtelijk inzicht, dat in par. 5.1.2 uitvoerig aan de orde is gekomen, is dat het Savigniaanse paradigma ons blind maakt voor het rechtsva-cum als conflictenrechtelijke mogelijkheid. In vreemdelingenrechtelijk opzicht is de plaats en de ontwikkeling van dit rechtsgebied duidelijker geworden; dit wordt hierna in par. 5.2.2 op een rij gezet. Het is interessant om vervolgens, met deze inzichten, de ontwikkelingsgeschiedenis van het conflictenrecht opnieuw te bezien (par. 5.2.3).