Inhoudsopgave
NJB 2019/1203:Ubi iudicia deficiunt, incipit bellum, ofwel: hoe hardnekkig een foutieve vertaling blijft bestaan
NJB 2019/1203
Ubi iudicia deficiunt, incipit bellum, ofwel: hoe hardnekkig een foutieve vertaling blijft bestaan
Reactie op Coen E. Drion, ‘Recht en de papieren werkelijkheid’, NJB 2019/685, afl. 13, p. 849.
Documentgegevens:
Margreet Ahsmann, datum 27-05-2019
- Datum
27-05-2019
- Auteur
Margreet Ahsmann1
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS53962:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Staatsrecht / Rechtspraak
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het is mij niet eerder overkomen dat ik mij gedrongen voel te reageren op een column die mij (als romanist en rechter) uit het hart is gegrepen. Aan de hand van levendige voorbeelden concludeert Coen Drion dat recht (uiteindelijk) de ars (kunde én de kunst) behoort te zijn van het goede en billijke, waarmee hij verwijst naar de onovertroffen uitspraak van de jurist Celsus uit de tweede eeuw, die eeuwigheidswaarde zal hebben (ius est ars boni et aequi).
Dat ik toch in de pen ben geklommen, vindt zijn reden erin dat Drion deze spreuk in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.