Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/6.3.6.2
6.3.6.2 De Wet TES
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS397307:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Stb. 2002, 40, Kamerstukken 27 572. Zie omtrent de Wet TES Widdershoven 2011, p. 211; Den Ouden 2003A; Den Ouden 2003B; Van den Tweel 2003; Van den Tweel 2001.
Het ging hierbij om de minister die in nationaal verband verantwoordelijk is voor het beleidsterrein ten aanzien waarvan de betreffende EG-subsidie is verstrekt. Zie Kamerstukken II 2001/02, 27 572, nr. 3, p. 15.
Den Ouden 2003B, p. 34.
Den Ouden 2003B, p. 34; Van den Tweel 2003, p. 86.
Zie hoofdstuk 2, paragraaf 22.1.
In sommige gevallen bestaat weliswaar een subsidierelatie tussen de lidstaat Nederland en de Europese Commissie, maar worden de Europese gelden direct overgemaakt aan de niet tot de Staat behorende bestuursorganen die belast zijn met de verstrekking van Europese subsidie.
In dat geval bestaat er een subsidierelatie tussen de Europese Commissie en het niet tot de Staat behorende bestuursorgaan. Het gaat hier om een Europese subsidie die wordt verstrekt in gecentraliseerd beheer.
In dat geval is het niet tot de Staat behorende bestuursorgaan weliswaar verantwoordelijk voor de verstrekking van Europese subsidies aan de eindontvangers van de Europese subsidies, maar worden de gelden door de Europese Commissie eerst aan de lidstaat verstrekt.
Hier wordt gedoeld op het geval dat een decentrale overheid een ESF-subsidie ontvangt van de minister van SZW. In dat geval kan de decentrale overheid ervoor kiezen met deze gelden een eigen subsidieregeling te financieren, maar er ook voor kiezen de projecten zelf uit te voeren.
Den Ouden 2003B, p. 36.
Stb. 2006, 13. Kamerstukken II 2004/05, 30 135, nrs. 1-5.
Zie De Kruif & Den Ouden 2007, p. 248; Widdershoven 2007A, p. 193.
Zie artikel 3 van de Wet TES.
Kamerstukken II 2001/02, 27 572, nr. 3, p. 6.
Den Ouden merkt terecht op dat het bevreemdt dat de bedragen konden worden verhaald op het bestuursorgaan. In het Nederlands recht worden de financiële gevolgen van onrechtmatig handelen van bestuursorganen immers toegerekend aan de rechtspersoon waarvan zij deel uitmaken. Zie Den Ouden 2003A, p. 223 en Den Ouden 2003B, p. 38.
Den Ouden, Jacobs & Verheij 2011, p. 253; Jans e.a. 2011, p. 212; Verhoeven 2010C, p. 120.
In dat geval bestaat er geen subsidierelatie als bedoeld in artikel 4:21 van de Awb tussen de centrale overheid en de met de uitvoering van de Europese subsidieregeling belaste decentrale overheden.
Den Ouden, Jacobs & Verheij 2011, p. 253; De Kruif & Den Ouden 2007, p. 249. De ESFsubsidies waarvoor volgens de minister van SZW gold dat de decentrale overheden zich niet aan de regels hadden gehouden, zijn ook na 1 mei 2002 - de datum van inwerkingtreding van de Wet TES - op basis van de subsidietitel van de Awb ingetrokken en teruggevorderd.
De Wet TEs1 gaf de minister die het aangaat2 verschillende instrumenten waarmee toezicht kon worden gehouden op niet tot de Staat behorende bestuursorganen die EG-subsidies ontvangen of anderszins een taak hebben met betrekking tot deze subsidies, althans voor zover daaruit aansprakelijkheid van de Staat kan voortvloeien.3 De verantwoordelijke minister beschikte daarnaast over een bestuursrechtelijk verhaalsrecht voor gevallen waarin de Staat aansprakelijk wordt gesteld voor fouten van betrokken bestuursorganen.4
In hoofdstuk 2 is reeds besproken dat de Wet TES onder een EG-subsidie verstond: een subsidie die door de Raad van de EU, het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of de Commissie van de Europese Gemeenschappen op grond van een vastgesteld programma rechtstreeks of middellijk wordt verstrekt, voor zover uit deze subsidie verplichtingen voortvloeien welke bij of krachtens de oprichtingsverdragen van de Europese Gemeenschappen op de Staat rusten. Op die plaats is reeds opgemerkt dat het woordje 'programma' verwarring wekt, nu in artikel 4:23, derde lid, onder b, van de Awb ook het woordje programma staat en daarmee wordt gedoeld op programma's zonder rechtstreekse werking.5 Blijkens de toelichting op de Wet TES ging het nu juist ook om Europese subsidies die op grond van Europese verordeningen worden verstrekt.
Het gebruik van de term 'rechtstreeks of middellijk' in voormelde definitie heeft tot gevolg dat de Wet TES een ruim bereik had. In de eerste plaats was de Wet TES van toepassing wanneer niet tot de Staat behorende bestuursorganen rechtstreeks van een Europese instelling Europese gelden ontvangen ten behoeve van de uitvoering van een Europese subsidieregeling.6 De Wet TES was in de tweede plaats ook van toepassing indien niet tot de Staat behorende bestuursorganen fungeren als eindontvangers van de Europese subsidies.7 In de derde plaats vielen niet tot de Staat behorende bestuursorganen ook onder de Wet TES wanneer zij via een orgaan van de lidstaat Europese gelden ontvangen om Europese subsidies te verstrekken.8 Ten slotte zag de Wet TES ook op gevallen waarin bestuursorganen via een orgaan van de lidstaat fungeren als eindontvanger van een Europese subsidie.9 Belangrijk is verder dat uit de zinsnede 'voor zover uit deze subsidie verplichtingen voortvloeien welke bij of krachtens de oprichtingsverdragen van de Europese Gemeenschappen op de Staat rusten' duidelijk werd dat de Wet TES slechts van toepassing was, voor zover uit de regeling van Eu-subsidies aansprakelijkheid van de lidstaat kan voortvloeien.10 Deze aansprakelijkheid bestaat niet alleen indien de niet tot de Staat behorende bestuursorganen Europese subsidies ontvangen dan wel verstrekken, maar ook indien zij andere taken uitvoeren, zoals het uitoefenen van toezicht en controle.
Oorspronkelijk bevatte de Wet TES naast een aanwijzingsbevoegdheid en een verhaalsrecht, ook een kennisgevingsplicht. Deze verplichting is bij de vervroegde evaluatie van de Wet TES geschrapt;11 zij zou leiden tot een grote administratieve belasting voor decentrale overheden en overigens ook weinig toevoegen aan informatieverplichtingen die á op de decentrale overheden rusten bij de tenuitvoerlegging van Europese subsidieregelingen.12 De aanwijzingsbevoegdheid van de minister die het aangaat hield in dat aanwijzingen konden worden gegeven aan bestuursorganen omtrent de rechtmatige en doelmatige aanwending van Eu-subsidies, dan wel de daarbij aangewende wijze van beheer, controle of toezicht.13 De aanwijzingsbevoegdheid kon alleen worden ingezet indien een verzuim was geconstateerd of een dergelijk verzuim dreigde. Bovendien diende eerst overleg plaats te vinden met het niet tot de Staat behorende bestuursorgaan. Voorts moest alvorens een aanwijzing kon worden gegeven, een termijn worden gesteld waarbinnen het verzuim kon worden hersteld, dan wel kon worden voorkomen. De aanwijzing had een bindend karakter en vormde een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb, waartegen de normale bestuursrechtelijke bezwaar- en beroepsmogelijkheden openstonden.14
Het verhaalsrecht was neergelegd in artikel 4 van de Wet TES. Wanneer de Staat aansprakelijk zou worden gesteld door een instelling van de EU wegens een verzuim van een decentraal bestuursorgaan en worden verplicht tot betalen van een forfaitaire som, een dwangsom of het terugbetalen van Europese subsidies, kon de minister die het aangaat deze bedragen verhalen op het niet tot de Staat behorende bestuursorgaan.15 Ook hier diende eerst overleg plaats te vinden.
De praktische betekenis van de Wet TES is beperkt gebleven; de bevoegdheden zijn nooit gebruikt.16 Kennelijk voldeden de convenanten — die nog steeds worden gesloten tussen de centrale overheid en de bij de uitvoering van de Europese subsidieregelingen betrokken overheden — om problemen te voorkomen.17 Voor zover niet tot de Staat behorende bestuursorganen Europese subsidies die zijn aan te merken als Awb-subsidies ontvangen van bestuursorganen die tot de centrale overheid behoren, voldeden de zeer ruime mogelijkheden tot het nemen van besluiten tot lagere vaststelling, intrekking en terugvordering die zijn neergelegd in de subsidietitel van de Awb.18