Einde inhoudsopgave
Levering en verpanding (O&R nr. 90) 2016/3.4.6.3
3.4.6.3 Octrooirechten
mr. B.A. Schuijling, datum 28-01-2016
- Datum
28-01-2016
- Auteur
mr. B.A. Schuijling
- JCDI
JCDI:ADS474379:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. art. 53 ROW.
Art. 2 lid 1 ROW. Zie ook art. 2a, 3 en 7 ROW.
Art. 4 ROW. Zie ook art. 5 en 6 ROW.
Vgl. de art. 8, 11, 12 en 13 ROW voor de aanspraak op octrooi.
Art. 64 lid 1 ROW. Zie ook MvT, Kamerstukken II 1984/85, 19 144 (R 1297), nr. 1-3, p. 6.
Op grond van art. 12 ROW kan de aanspraak op octrooi toekomen aan bijvoorbeeld een werkgever of onderzoeksinstelling indien de uitvinding in dienst van hen is gedaan. Zie ook Van Nieuwenhoven Helbach/Huydecoper & Van Nispen 2002, p. 286.
Art. 8 ROW.
Art. 11 ROW.
Art. 36 lid 1 ROW. Vgl. Kort begrip 2014/57.
Art. 36 lid 2 ROW.
Art. 97 leden 1 en 3 EOV. Zie ook art. 64 lid 1 EOV. Vgl. Kort begrip 2014/57.
133. Een octrooirecht verschaft de houder ervan het exclusieve recht om – (te) kort gezegd – de geoctrooieerde uitvinding toe te passen.1 Vatbaar voor octrooi zijn uitvindingen op alle gebieden van de technologie die nieuw zijn, op uitvinderswerkzaamheid berusten en toegepast kunnen worden op het gebied van de nijverheid.2 Nieuw betekent dat de uitvinding geen deel uitmaakt van de stand van de techniek.3 Het octrooi wordt door de bevoegde instantie verleend naar aanleiding van een daartoe strekkende aanvraag en slechts voor zover de aanvrager een aanspraak op octrooi heeft.4 Het octrooirecht is in tijd beperkt tot een duur van twintig jaar (art. 49 lid 2 ROW). Zowel het octrooirecht als de aanspraak op octrooi zijn te beschouwen als overdraagbare vermogensrechten van eigen aard.5
134. De aanspraak op octrooi ontstaat van rechtswege. Zij komt in beginsel toe aan de uitvinder.6 De aanvrager van het octrooi wordt in beginsel beschouwd als uitvinder.7 De aanspraak bestaat niet voor zover de inhoud van zijn aanvraag is ontleend aan hetgeen reeds door een ander vervaardigd of toegepast werd of zonder toestemming aan beschrijvingen, tekeningen of modellen van een ander.8 Hieruit volgt dat de aanspraak op octrooi ontstaat zodra en voor zover een octrooieerbare uitvinding wordt gedaan.
135. Het octrooirecht zelf kenmerkt zich door een geformaliseerd ontstaansmoment. Het ontstaat als gevolg van een verlenende handeling door de bevoegde instantie. Hier dient onderscheid gemaakt te worden tussen octrooien die worden verleend krachtens de Rijksoctrooiwet 1995 (ROW), ook wel een nationaal octrooi genoemd, en die krachtens het Europees Octrooiverdrag (EOV), genaamd een Europees octrooi. Een dergelijk Europees octrooi heeft, indien het voor Nederland is verleend, dezelfde werking en is onderworpen aan dezelfde bepalingen als een nationaal octrooi dat is verleend onder de ROW.9 Een nationaal octrooi wordt door het bureau (Octrooicentrum Nederland) verleend zodra de octrooiaanvraag in het octrooiregister is ingeschreven na het verstrijken van een voorgeschreven termijn na mededeling van de resultaten van het onderzoek naar de stand van de techniek. Hiervan wordt aantekening gemaakt in het octrooiregister.10 De verlening zelf geschiedt door plaatsing van een gedateerde aantekening op de aanvraag.11 Door deze verleningshandeling ontstaat het octrooi. Het Europees octrooi wordt verleend door het Europees Octrooibureau indien het van oordeel is dat de Europese octrooiaanvrage en de uitvinding waarop zij betrekking heeft, voldoen aan de vereisten van het verdrag. Deze Europese octrooiverlening op grond van het EOV wordt van kracht op de dag waarop de vermelding van deze octrooiverlening wordt gepubliceerd in het Europees Octrooiblad.12 Op dit tijdstip verkrijgt de aanvrager het Europees octrooi in zijn vermogen.