NJB 2019/327:Behoorlijke en effectieve mogelijkheid tot ondervraging bij zich verschonende getuige, art. 6 lid 3 aanheft en sub d EVRM: de Hoge Raad herhaalt HR 4 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1016. In casu is de bij de politie als slachtoffer-getuige afgelegde verklaring van de ex-echtgenote van verdachte bruikbaar voor het bewijs, nu de betrokkenheid van de verdachte niet in beslissende mate op die verklaring is gebaseerd maar in voldoende mate steun vindt in andere bewijsmiddelen en dit steunbewijs betrekking heeft op die onderdelen van de verklaring van de getuige die door de verdachte zijn betwist. Vereiste dat het ontbreken van een behoorlijke en effectieve mogelijkheid om een getuige te ondervragen in voldoende mate wordt gecompenseerd: geldt dat vereiste ook indien de bewezenverklaring niet ‘in beslissende mate’ (‘sole or decisive’) op de door die getuige afgelegde verklaring is gebaseerd maar aan die verklaring voor de bewezenverklaring niettemin ‘significant weight’ toekomt? De Hoge Raad zet uiteen dat dit niet het geval is