De acting in concert-regeling inzake het verplicht bod op effecten
Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/13.3.1:13.3.1 Inleiding
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/13.3.1
13.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS363948:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zolang dat doel er niet is, ontstaat er sowieso geen biedplicht. Zie hierover eerder hoofdstukken 6-8.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Naar thans geldend recht is onduidelijk of de biedplicht reeds ontstaat op het moment dat partijen een overeenkomst sluiten met het doel overwegende zeggenschap te verwerven1 of pas op het moment dat partijen aan die overeenkomst uitvoering gaan geven. Die onduidelijkheid zit hem deels in het doelcriterium, waarbij voor het ontstaan van de biedplicht doorslaggevend is of de samenwerkende partijen overwegende zeggenschap beogen (§ 13.3.2).
Voor de goede orde: de vraag naar het ontstaansmoment van de biedplicht wegens acting in concert speelt niet als men aanneemt dat voor een biedplicht bij acting in concert steeds een verwerving in enge zin van effecten noodzakelijk is, zoals in sommige van de onderzochte landen (§ 13.2.2); in dat geval ontstaat de biedplicht immers op het moment van verwerving. Deze vraag speelt evenmin als men uit zou gaan van het resultaatcriterium, waarbij een biedplicht pas ontstaat als partijen daadwerkelijk de controle verkrijgen en niet reeds wanneer zij dit beogen; de biedplicht wegens acting in concert kan alleen maar ontstaan op het moment dat partijen daadwerkelijk de controle verkrijgen. Het ontbreken van onduidelijkheid over het exacte ontstaansmoment is in mijn ogen onvoldoende reden om genoemd verwervingsconcept danwel het resultaatcriterium te omarmen (zie resp. § 13.2.2.3 en § 6.2).
Omdat onduidelijk is of de richtlijn uitgaat van het verwervingsconcept en in ieder geval een deel van de onderzochte landen dat wel doet, is rechtsvergelijking op dit punt minder zinvol. Bovendien is in geen van de andere onderzochte landen waarin het verwervingsconcept niet geldt (Duitsland, Frankrijk en Zwitserland) duidelijk wanneer de biedplicht precies ontstaat in geval van acting in concert.