Financiële controle in het gemeenterecht
Einde inhoudsopgave
Financiële controle in het gemeenterecht (Dissertatieserie Vakgroep Staatsrecht Groningen) 2011/§2.1.:§2.1. Inleiding
Financiële controle in het gemeenterecht (Dissertatieserie Vakgroep Staatsrecht Groningen) 2011/§2.1.
§2.1. Inleiding
Documentgegevens:
dr. W. van der Woude, datum 21-09-2011
- Datum
21-09-2011
- Auteur
dr. W. van der Woude
- Vakgebied(en)
Overheidsfinanciën (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In volgende hoofdstukken zullen de te behandelen controlemechanismen worden getoetst aan de uitgangspunten van het gedualiseerde bestel en/of aan de doelstellingen die de wetgever bij de dualisering voor ogen stonden. Dit betekent dat er reden te meer is deze dualisering onder de loep te nemen. In dit hoofdstuk zal allereerst worden stilgestaan bij de historische ontwikkeling van het gemeenterecht. Dit is allereerst van belang, aangezien veel van de in dit onderzoek te behandelen rechtsarrangementen hun oorsprong vinden in eerdere wijzigingen van de Gemeentewet. In die zin biedt het eerste deel van dit hoofdstuk een context voor historische beschouwingen die in navolgende hoofdstukken op deelterreinen zullen plaatsvinden. Daarnaast kan aan de hand van een inventarisatie van de kritiek op het uit de historische ontwikkeling ontsproten systeem worden bekeken welke knelpunten de wetgever middels dualiseringswetgeving getracht heeft op te lossen. Vervolgens wordt gekeken naar de betekenis van de begrippen monisme en dualisme in het wetenschappelijke discours. Daarbij wordt vooral ook stilgestaan bij de gedachtevorming door de Staatscommissie Dualisme en lokale democratie (de commissie-Elzinga). Verder zal geprobeerd worden een duiding te geven van het gemeentelijke bestel, voordat de dualisering zijn beslag kreeg.
De volgende stappen zijn gericht op het in kaart brengen van de dualiseringsoperatie. Daarbij zullen verschillende soorten regelgeving in het kader van de dualisering — hiërarchisch gerangschikt — tegen het licht worden gehouden. Bijzondere aandacht gaat bovendien uit naar de Grondwet, die ondanks de grootscheepse herziening van het gemeentelijke bestel ongewijzigd is gebleven. Aan de gevolgen van het uitblijven van een grondwetsherziening zal de nodige aandacht worden besteed. Ten slotte zal getracht worden de eerste voorvraag die in het vorige hoofdstuk gepresenteerd is, te beantwoorden. Deze vraag was of (en zo ja, welke) uitgangspunten uit de dualisering van het gemeentebestuur kunnen worden gedestilleerd voor het vervolg van dit onderzoek.
Bij deze bespreking moet overigens voor ogen gehouden worden dat het hoofdonderwerp van dit proefschrift niet de dualisering van het gemeentebestuur als zodanig is. Dit betekent dat de blik in dit hoofdstuk vooral wordt gericht op de hoofdlijnen van de dualisering en op die onderdelen van de dualisering die voor het vervolg van dit onderzoek van belang zijn. Volledigheid wordt derhalve niet gepretendeerd.