Financiële controle in het gemeenterecht
Einde inhoudsopgave
Financiële controle in het gemeenterecht (Dissertatieserie Vakgroep Staatsrecht Groningen) 2011/§9.2.:§9.2. Dualisme, dualisering en de versterking van de gemeenteraad (eerste voorvraag)
Financiële controle in het gemeenterecht (Dissertatieserie Vakgroep Staatsrecht Groningen) 2011/§9.2.
§9.2. Dualisme, dualisering en de versterking van de gemeenteraad (eerste voorvraag)
Documentgegevens:
dr. W. van der Woude, datum 21-09-2011
- Datum
21-09-2011
- Auteur
dr. W. van der Woude
- Vakgebied(en)
Overheidsfinanciën (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In hoofdstuk 2 is geconstateerd dat de dualisering van het gemeentebestuur niet heeft geleid tot een ideaaltypisch dualistisch stelsel. Om die reden is de nieuwe verhouding tussen raad en college in dit onderzoek stelselmatig aangeduid als een gedualiseerde verhouding en niet als een dualistische of duale verhouding. Dit houdt verband met de omstandigheid dat de voor een dualistisch stelsel vereiste juridische nevenschikking niet is bewerkstelligd. De belangrijkste barrière voor een dergelijke nevenschikking is gelegen in het grondwettelijk verankerde hoofdschap van de gemeenteraad.1 Het is dit hoofdschap dat bijvoorbeeld aan een categorische overdracht van bestuursbevoegdheden en aan een ontbindingsrecht van de raad in de weg staat. Dit betekent dat de huidige stand van de dualisering het meest aansluit bij de varianten die de Staatscommissie in haar bestuursconceptenmatrix aanduidt als 'monistisch met dualistische elementen' en (in mindere mate) `licht-dualistisch'2
Hierdoor is het hoofdschap een belangrijk ijkpunt voor dit onderzoek gebleken. Als bovendien wordt gekeken naar wat volgens de voorzitter van de Staatscommissie en de regering één van de hoofddoelstellingen van de dualisering was — de versterking van de positie van de raad — blijkt dat dit hoofdschap niet wezensvreemd hoeft te zijn aan de heersende variant van dualisering. Dit heeft geleid tot een beoordelingskader dat kan worden samengevat in de vraag in hoeverre de dualiseringswetgeving de juridische positie van de raad ten aanzien van de controle over en de controle van de gemeentelijke financiën heeft versterkt. Deze vraag is in alle afzonderlijke hoofdstukken dan ook nadrukkelijk aan de orde gesteld.
In paragraaf 5 zullen de antwoorden die hierop in deze hoofdstukken zijn geformuleerd, worden samengenomen. Hieronder moet echter eerst worden stilgestaan bij de controlemechanismen als zodanig en hun onderlinge verhouding.