NJ 1916, p. 728
HR, 12-05-1916
HR 12-05-1916, ECLI:NL:HR:1916:142
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
12 mei 1916
- Magistraten
Voorzitter: Mt. A. J. L. Nijpels., Raden: Mrs. C. Krabbe, J. A. A. Bosch, A. Fentener van Vlissingen en A. P. L. Nelissen.
- Zaaknummer
[12051916/NJ_1916,_p._728]
- Conclusie
Mr. Tak
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1916:142, Uitspraak, Hoge Raad, 12‑05‑1916
- Wetingang
Samenvatting
Uit geen enkele wetsbepaling kan worden afgeleid, dat art. 764 Rv., dat zonder onderscheid of beperking spreekt van „ieder schuldeischer", het daar geregelde recht tot beslaglegging alleen zou geven aan een schuldeischer, die in Nederland woont. Een beroep op de voorschriften omtrent gijzeling, die een geheel ongelijksoortige stof regelen, heeft ten deze geen waarde.
De rechter, aan wien de van-waarde-verklaring van het gelegde beslag moest worden gevraagd, is door art. 767 Rv. aangewezen en daarmede is die rechter ook voor de hoofd vordering, waarvan de geldigheid van het beslag afhangt, bevoegd verklaard.
De na het beteekenen der ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.