Einde inhoudsopgave
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/4.1
4.1 Inleiding
mr. M. Meijsen, datum 27-05-2013
- Datum
27-05-2013
- Auteur
mr. M. Meijsen
- JCDI
JCDI:ADS500690:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
De ten tijde van het afsluiten van de tekst van dit boek was meest recente versie die van augustus 2012.
Zo werd al in 1977, na een inventarisatie van rechterlijke samenwerkingsvormen, door de gerechtshoven een discussie gevoerd over mogelijkheden en grenzen van rechterlijke samenwerking. Ook in de periode daarop volgend blijven rechtersregelingen onderwerp van discussie en onderzoek, zoals het onderzoeksprogramma van het W.M. Meijers Instituut van de Universiteit Leiden uit 1999 dat zich richt op ‘de problematiek van de rechterlijke samenwerking’ (Cleiren & Schoep 2001), een onderzoek naar de invoering van de WSNP (Huls & Schellekens 2001), een proefschrift over rechtersregelingen (Teuben 2004), het preadvies van de NJV 2007 met als thema ‘alternatieve regelgeving’ en een proefschrift met als onderwerp de werkgroep alimentatienormen (Dijksterhuis 2008).
Messer-Dinissen & Tromp 2010 over de (grenzen van) de bevoegdheid van de Raad voor de rechtspraak en het LOVCK om uniforme rechtstoepassing te bevorderen.
Voor de wijze waarop het conservatoir beslag in de rechtspraktijk functioneert is niet uitsluitend de wettelijke regeling, welke is opgenomen in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, van belang. Ook de rechtersregeling die is vastgelegd in de Beslagsyllabus en betrekking heeft op het verlenen van verlof tot het leggen van conservatoir beslag speelt een belangrijke rol. Om de plaats binnen het geheel van rechtsregels, en de functie die de Beslagsyllabus in de rechtspraktijk inneemt, te kunnen duiden zal ik in dit hoofdstuk algemene aspecten van rechtersregelingen bespreken, en waar relevant in het bijzonder ingaan op de regeling in de Beslagsyllabus.
De Beslagsyllabus is voor een ieder kenbaar omdat deze sinds december 2009 wordt gepubliceerd op de website van de Rechtspraak (www.rechtspraak.nl).1 De eerste pagina van het document, dat inmiddels een omvang van bijna veertig pagina's kent, roept reeds een aantal fundamentele vragen op. De lezer wordt hier geïnformeerd over de status van deze rechtersregeling: ‘AAN HET IN DEZE SYLLABUS gestelde kunnen geen rechten WORDEN ONTLEEND’.
Hoe moet dit worden geduid: regels waar geen rechten aan kunnen worden ontleend? Betekent dit dat een justitiabele de rechter niet kan houden aan door rechters zelf vastgestelde regels? Staat het de advocatuur vrij om zich al dan niet te richten naar de eisen die de Beslagsyllabus stelt met betrekking tot beslagrekesten? Welke gevolgen heeft deze status voor de rechters die de regeling in de praktijk toepassen? Met andere woorden: zijn rechters gehouden om zich aan de regels in de Beslagsyllabus te houden (zijn deze voor de rechter verbindend) of is het wellicht niet meer dan een vrijblijvende aanbeveling? Kortom: wat moet worden verstaan onder het in de Beslagsyllabus opgenomen ‘rechterlijk beleid’, wie stelt dit vast, met betrekking tot welke onderwerpen en op grond van welke bevoegdheid?
In de doctrine is sedert decennia sprake van een brede belangstelling voor het onderwerp van rechterlijke samenwerking in het algemeen en rechtersregelingen in het bijzonder, veelal toegespitst op het vraagstuk van de legitimatie en verbindendheid van dergelijke regelingen.2 Ook rechters hebben zich inmiddels in de discussie gemengd door bijvoorbeeld in het kader van de ambtshalve toetsing van Europees consumentenrecht publiek de vraag naar de bevoegdheid van de Raad voor de rechtspraak en het LOVCK in dit kader aan de orde te stellen.3