Rechtsgevolgen van stille cessie
Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/10.4.4.4:10.4.4.4 Rondom mededeling
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/10.4.4.4
10.4.4.4 Rondom mededeling
Documentgegevens:
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS584875:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
592. Nadat mededeling is gedaan, kan de schuldenaar zich niet meer beroepen op de beschermingsbepaling van art. 3:94 lid 3 BW. Betaalt hij aan de cedent en is de cedent inningsonbevoegd, dan is de betaling niet bevrijdend en kan de cessionaris de schuldenaar alsnog voor het gehele bedrag van de vordering aanspreken. Heeft de schuldenaar vóór de mededeling van de stille cessie een betalingsopdracht gegeven, en kon hij deze onmogelijk nog intrekken na het bereiken van de mededeling, dan is de betaling naar mijn mening bevrijdend.1
Heeft de cedent mededeling gedaan, dan kan de schuldenaar zonder nader onderzoek bevrijdend betalen aan degene die als de cessionaris is aangewezen. Is door de cedent mededeling gedaan aan de schuldenaar zonder dat de privatieve lastgeving is beëindigd, en betaalt de schuldenaar aan de cessionaris, dan is deze betaling in beginsel bevrijdend, als de schuldenaar wist noch behoorde te weten dat de cessionaris krachtens de privatieve last inningsonbevoegd was. De schuldenaar kan zich zowel beroepen op art. 6:34 lid 1 BW als op art. 7:423 lid 1 BW. Beide bepalingen bieden dezelfde bescherming. Wist de schuldenaar bijvoorbeeld of behoorde hij te weten dat de cedent ondanks de mededeling krachtens privatieve lastgeving exclusief inningsbevoegd is gebleven, dan is een betaling aan de cessionaris niet bevrijdend.
Doet de cessionaris mededeling, dan dient de schuldenaar afhankelijk van de omstandigheden van het geval onderzoek in te stellen om degene die zich presenteert als cessionaris dat ook daadwerkelijk is. Hij kan in dat kader een beroep doen op art. 3:94 lid 4 BW.2
De schuldenaar heeft ook bevrijdend aan de cessionaris betaald als hij te goeder trouw meende dat mededeling was gedaan van de stille cessie. De mededeling is vormvrij. Of van een mededeling van de cessie sprake is geweest, dient te worden beoordeeld aan de hand van art. 3:33, 3:35 en 3:37 BW. In een bepaalde rechtshandeling kan mededeling besloten liggen. Vordert de cessionaris bijvoorbeeld betaling, dan zal daarin een mededeling van de cessie besloten liggen.3 De schuldenaar kan zich beroepen zowel op art. 3:35 BW (gerechtvaardigd vertrouwen) als op art. 6:34 BW. De toepassing van ieder van de bepalingen zou tot hetzelfde resultaat moeten leiden. Twijfelt de schuldenaar of mededeling is gedaan, dan kan hij opschorten op grand van art. 6:37 BW.4