Aanvullen van subjectieve rechten
Einde inhoudsopgave
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/9.4.3:9.4.3 Drie discussies in de Nederlandse rechtsliteratuur
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/9.4.3
9.4.3 Drie discussies in de Nederlandse rechtsliteratuur
Documentgegevens:
mr. drs. T.E. Booms, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. drs. T.E. Booms
- JCDI
JCDI:ADS304005:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
419. In dit hoofdstuk beschreef ik verder drie discussiepunten in de Nederlandse rechtsliteratuur: het verschil tussen goederen- en verbintenissenrecht, het ‘toebehoren’ van (goederenrechtelijke) rechten, en de aard van beperkte rechten. Voor elk van deze discussies heb ik gekeken of de in de voorgaande hoofdstukken uitgewerkte opvattingen nieuwe argumenten zouden kunnen toevoegen.
420. De discussie over het verschil tussen goederen- en verbintenissenrecht in de Nederlandse rechtsliteratuur heb ik besproken aan de hand van een aantal verschillende ‘leren’. Wat daarbij opvalt is dat elke leer die tegenwoordig wordt verdedigd, goederenrechtgelijke rechten (of in ieder geval eigendomsrechten) als rechten ‘op’ rechtsobjecten ziet. In de voorgaande hoofdstukken heb ik betoogd dat deze zienswijze slechts een samenvatting betreft om goederenrechtelijke rechten eenvoudig weer te geven. De onverkorte versie is dat goederenrechtelijke rechten bestaan uit juridische posities die de gerechtigde inneemt in relatie tot andere personen. Zeker in gevallen waarin deze juridische posities van wederpartij tot wederpartij verschillen, kan het nuttig zijn om ze te expliciteren.
421. De discussie over de wijze waarop subjectieve rechten aan de gerechtigde ‘toebehoren’ laat zien dat er meerdere ‘lagen’ ingebouwd kunnen worden tussen de gerechtigde en hetgeen waar hij recht op heeft. Wanneer men subjectieve rechten weergeeft in termen van relaties tot andere personen, dan is het echter niet nodig om hier aandacht aan te besteden. Het feit dat een recht aan de gerechtigde toebehoort is namelijk al inherent aan het feit dat de gerechtigde bepaalde juridische posities inneemt jegens anderen. Het toebehoren van een recht is hoogstens relevant (en ook dan nog omstreden) wanneer men de verkorte spreekwijze van rechten ‘op’ rechtsobjecten gebruikt om de juridische posities van de gerechtigde samen te vatten. Daarbij moet echter bedacht worden dat de discussie over lagen van toebehoren dan een taalkundige discussie is geworden, die gaat over- hoe wordt verwoord dat aan iemand bijvoorbeeld een zaak of prestatie toekomt. Voor de aard van subjectieve rechten heeft deze discussie geen toegevoegde waarde, omdat deze aard pas duidelijk wordt als men de samengevoegde juridische posities expliciteert.
422. De discussie over de aard van beperkte rechten heb ik ten slotte slechts kort besproken. Uit die behandeling blijkt dat hetgeen ik in de voorgaande hoofdstukken heb uiteengezet, niet dwingt tot een keuze voor het ‘afsplitsingsmodel’ dan wel het ‘bezwaringsmodel’. Welk van deze twee modellen een nauwkeuriger beschrijving van een bepaald vermogensrechtelijk systeem geeft, is afhankelijk van de keuzes die bij het ontwerpen van dat systeem door de wetgever worden gemaakt. Bij het maken van deze keuzes kan een rol spelen welke mogelijkheden tot het ‘verzakelijken’ van afspraken tot een hoger algemeen nut zouden leiden.