Einde inhoudsopgave
De beursvennootschap, corporate governance en strategie (IVOR nr. 120) 2020/4.2.1
4.2.1 De ontstaansgeschiedenis van corporate governance in de Verenigde Staten
mr. S.B. Garcia Nelen, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. S.B. Garcia Nelen
- JCDI
JCDI:ADS232644:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Cheffins 2013, p. 2.
Cheffins 2013, p. 2.
Ook wel: managerial corporation, managerial model of managerial capitalism. Zie: Hansmann & Kraakman 2000, p. 4; Cheffins 2013, p. 17; Cheffins 2015, p. 4; Cheffins 2019, p. 41.
Cheffins 2013, p. 2. Al is het verschijnsel nooit geheel verdwenen, met name bij beursvennootschappen, zie Blair & Stout 1999: “The notion that responsibility for governing a publicly held corporation ultimately rests in the hands of its directors is a defining feature of American corporate law […].”
Stout 2012, p. 3 en 17.
Cheffins 2013, p. 2.
Hansmann & Kraakman 2000, p. 4; Kraakman e.a. 2017, par. 3.5.
Bower & Paine 2017, p. 51; Palladino & Karlsson 2018; Stout 2012, p. 18.
Overkleeft 2017, par. 4.4.3. Deze rechtseconomische benadering van het ondernemingsrecht heeft een grote mate van indirecte invloed gehad op de Nederlandse rechtswetenschap, zie Overkleeft 2017, par. 4.6.4.
Cheffins 2013, p. 2; Cheffins 2015, p. 15.
Monks & Minow 2011, p. 631; Cheffins 2013, p. 2-3; Pargendler 2016, p. 7.
Monks & Minow 2011, p. 632; Cheffins 2013, p. 3; Pargendler 2016, p. 16.
Cheffins 2013, p. 3-5.
Cheffins 2013, p. 7; Pargendler 2016, p. 17. Ronald Reagan had overigens Milton Friedman als economisch adviseur benoemd. Zie over Milton Friedman en zijn theorieën ook paragraaf 2.5 van dit proefschrift.
Cheffins 2013, p. 10.
Cheffins 2013, p. 17.
Rapport van de Business Sector Advisory Group on Corporate Governance aan de OECD, april 1998, p. 7.
Overkleeft 2017, par. 4.5.3.
Cheffins 2013, p. 17.
Cheffins 2013, p. 17.
Rond de jaren 1930 was het in de Verenigde Staten bij vennootschappen met een wijdverspreide aandeelhoudersbasis (zoals beursvennootschappen) de praktijk dat het management de beslissingen nam en dat de board of directors het management daarin volgde.1 De aandeelhouders stonden op afstand en konden of wilden weinig invloed uitoefenen.2 Het management was een autonoom en dominant orgaan in de vennootschappelijke orde van de grote, open vennootschap. Dit verschijnsel werd wel aangeduid als het manager-oriented model.3 Over het algemeen werd het management (dat ook sterke invloed had op de selectie van kandidaten voor de board of directors) gesteund door de board of directors en waren aandeelhouders passief, behalve waar het ging om financiële zaken, zoals dividenden en de aandelenkoers.4 Het management van beursvennootschappen richtte zich niet alleen op het realiseren van aandeelhouderswaarde, maar had ook andere doelstellingen, zoals het produceren van zo goed mogelijke producten voor klanten, het zorgdragen voor werknemers en het bijdragen aan de sociale gemeenschap.5 Na de Tweede Wereldoorlog was er in de Verenigde Staten sprake van een economische hoogconjunctuur die een enorme groei van grote ondernemingen tot gevolg had, waardoor de grote macht van het management in de bestaande governancestructuur na enige tijd onder druk kwam te staan.6 Vanaf de jaren 1970 verloor het manager-oriented model langzaam aan betekenis7 en kwam de gedachte op dat managers in Amerikaanse beursvennootschappen zich moeten richten naar het maximaliseren van aandeelhouderswaarde.8 Deze gedachte hing samen met de sinds de jaren 1970 opgekomen visie dat bestuurders gezien moesten worden als lasthebber (agent) van de kapitaalverschaffer (principal) en dus in het belang van die kaptaalverschaffer moest handelen.9 De SEC ging zich vanaf halverwege de jaren 1970 specifiek bezighouden met corporate governance en was de verantwoording door management hierover gaan zien als onderdeel van haar toezichthoudende taak.10 Deze aandacht voor corporate governance (die zich mede uitte in aandacht voor aandeelhoudersbelangen) was een reactie op verschillende misstanden, waaronder omkoping- en fraudegevallen door managers waarvan de passieve boards of directors niet op de hoogte bleken te zijn.11 Als gevolg hiervan nam de NYSE in haar noteringsvoorwaarden op dat elke aldaar genoteerde beursvennootschap een auditcommissie moest hebben die voor de meerderheid bestond uit onafhankelijke directors.12 Verdere inspanningen van de SEC en andere organisaties waren met name gericht op het versterken van aandeelhoudersrechten en een strenger toezicht door een zo onafhankelijk mogelijke board of directors, wat resulteerde in het beteugelen van de vrijheid van het management.13 In het begin van de jaren 1980 vertraagde de beoogde bestendiging van corporate governance door regulering in de Verenigde Staten, mede vanwege de afkeer van overheidsbemoeienis binnen de rechts-liberale regering van Reagan.14 Ook kwam destijds de law & economics-beweging op, die geen directe noodzaak zag voor meer rechten van aandeelhouders omdat de market for corporate control en andere marktmechanismen de belangen van managers voldoende in lijn zouden brengen met die van aandeelhouders.15
De bredere acceptatie van corporate governance als praktijk- en onderzoeksgebied door investeerders, ondernemingen en wetenschappers in de jaren 1990 werd mede gedreven door de groeiende activiteiten van institutionele investeerders.16 Het toepassen van wat men zag als goede corporate governance, werd essentieel om toegang te krijgen tot de wereldwijde kapitaalmarkt.17 Ook in de rechtseconomische wetenschap leefde de opvatting dat corporate governance invloed had op de aantrekkingskracht van een onderneming vanuit de kapitaalmarkt, en daarmee op de beurskoers van de aandelen.18 Corporate governance werd gezien als een systeem om (vermeende) agency-kosten te beperken en aandeelhouderswaarde te maximaliseren, waardoor het vakgebied ook aandacht kreeg van economen, die over diezelfde onderwerpen nadachten.19 Corporate governance werd in de visie van deze economen beschouwd als een van de mechanismen om kapitaalverschaffers een voldoende risicogewogen rendement op hun investering te verschaffen.20 Zodoende werd in de jaren 1970 tot 1990 in de Verenigde Staten de basis gelegd voor een aandeelhoudersgeoriënteerd model van corporate governance.