De positie van de vennootschap onder firma
Einde inhoudsopgave
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/2.1.4:2.1.4 Burgerlijk Wetboek
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/2.1.4
2.1.4 Burgerlijk Wetboek
Documentgegevens:
mr. P.P.D. Mathey-Bal, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. P.P.D. Mathey-Bal
- JCDI
JCDI:ADS384600:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1982/83, 17896, 3, p. 2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Art. 1 WvK bepaalt dat het Burgerlijk Wetboek op de in het Wetboek van Koophandel behandelde onderwerpen toepasselijk is, voor zover daarvan bij het WvK niet bijzonderlijk is afgeweken. Voor de VOF heeft deze bepaling geen toegevoegde waarde. Uit art. 16 WvK volgt namelijk dat de VOF een gekwalificeerde vorm van maatschap is:
‘De vennootschap onder eene firma is de maatschap, tot de uitoefening van een bedrijf onder eenen gemeenschappelijken naam aangegaan’
Daaruit volgt al dat in elk geval de bepalingen uit het Burgerlijk Wetboek over de maatschap op de VOF van toepassing zijn. De maatschapstitel uit Boek 7A BW is op de VOF van toepassing voor zover daarvan in het Wetboek van Koophandel (of in de vennootschapsovereenkomst) niet (rechtsgeldig) wordt afgeweken. Aanvullend is nog het overige burgerlijk recht van toepassing en dan in het bijzonder het verbintenissenrecht, waarin de vennootschapsovereenkomst haar grondslag vindt. In de memorie van toelichting1 bij de invoering van de Boeken 3 t/m 6 van het NBW is hierover het volgende te lezen:
‘Bij de aanpassing van de bijzondere overeenkomsten in Boek 7A en in het Wetboek van Koophandel deed zich het probleem voor dat de regeling van deze overeenkomsten is opgebouwd op de grondslag van het algemeen deel van het verbintenissenrecht, ten opzichte waarvan het ten dele als uitwerking, ten dele als afwijking kan worden gezien, terwijl dit algemeen deel door het nieuwe Boek 6 geheel wordt vernieuwd.’