Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/2.2.3.3
2.2.3.3 Onderliggende rechtsverhouding en verplichtingen
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS591841:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Zie o.a. Pitlo/Reehuis & Heisterkamp 2006, nr. 273; Asser/Mijnssen & De Haan 3-I 2006, nr. 282.
Zie P. Scholten in zijn noot onder HR 17 juni 1938, NJ 1939, 495; HR 29 januari 1993, NJ 1994, 171 (Van Schaik q.q./ABN Amro), m.nt. PvS. Het geldt ook voor later gesloten overeenkomsten die de inhoud van de vordering bepalen, zoals een bewijsovereenkomst of een arbitrageovereenkomst. Het begrip nevenrecht is in zoverre verwarrend, omdat het doet vermoeden dat alleen voor de schuldeiser een recht overgaat. De schuldenaar kan aan deze bedingen echter ook rechten ontlenen, zoals bij een arbitragebeding of een bewijsovereenkomst. De overgang van een nevenrecht is daarom niet per definitie altijd voordelig voor de nieuwe schuldeiser. Het is in overeenstemming met het beginsel dat de rechtsverkrijger hetzelfde recht krijgt als zijn rechtsvoorganger, en de nieuwe schuldeiser derhalve niet iets anders (nemo aliud) kan verkrijgen dan de oude schuldeiser. Zie hierna o.a. nr. 554 e.v. en 741-742.
Bij art. 6:144 lid 1 BW is sprake van de overgang van 'nevenverplichtingen'. Zie hierna nr. 642-644. Vgl. voor andere vormen van overgang van vorderingen: art. 6:159 lid 1 BW (contractsovememing), art. 6:251 lid 2 BW (kwalitatieve rechten), art. 7:421 BW (lastgeving) en art. 7:506 lid 2 tweede zin BW (reisovereenkomst).
18. Net als bij de overgang van vorderingen gaat door de stille cessie niet de onderliggende rechtsverhouding op de nieuwe schuldeiser over. De stille cedent blijft als oude schuldeiser partij bij de rechtsverhouding waaruit de vordering voortvloeit.
Dat goederen derivatief verkregen kunnen worden, wordt bij de overgang van vorderingen zó begrepen dat alleen de vordering overgaat, en niet de onderliggende rechtsverhouding.1 Immers, alleen de vordering is een goed, en niet de rechtsverhouding. De onderliggende rechtsverhouding blijft bij de oude schuldeiser achter. Dit uitgangspunt wordt gerelativeerd, omdat de voor de vordering relevante onderdelen van de overeenkomst als nevenrechten met de vordering overgaan en na de overgang (ook) tussen de nieuwe schuldeiser en de schuldenaar gelden. De nieuwe schuldeiser wordt partij bij deze bedingen.2
Net als bij de derivatieve verkrijging van goederen geldt voor de overgang van vorderingen dat schulden en andere verplichtingen jegens derden in beginsel niet op de rechtsverkrijger overgaan. Bij de overgang van de vordering volgt evenwel uit diverse wettelijke bepalingen dat schulden en andere verplichtingen jegens de schuldenaar van de vordering die samenhangen met de overgegane vordering, na de overgang van de vordering wel op de nieuwe schuldeiser kunnen rusten. Voor de overdracht van vorderingen volgt dit uit art. 6:144 lid 1 BW.3