Aanvullen van subjectieve rechten
Einde inhoudsopgave
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/14.3.1:14.3.1 Inleiding
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/14.3.1
14.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. T.E. Booms, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. drs. T.E. Booms
- JCDI
JCDI:ADS296789:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Tevens geldt dat afhankelijke rechten niet zelfstandig kunnen worden bezwaard met beperkte rechten; zie voor beide Asser/Bartels, van Mierlo & Ploeger 2013, para. 8.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
587. Afhankelijke rechten kunnen niet zelfstandig worden overgedragen.1 In plaats daarvan volgen ze automatisch hun hoofdrecht als dat wordt overgedragen of anderszins van vermogen verwisselt (art. 3:82 BW). Ik bespreek eerst de vraag aan de hand van welke maatstaf voor een concreet afhankelijk recht dient te worden vastgesteld aan welk hoofdrecht het verbonden is (paragraaf 14.3.2). Vervolgens bespreek ik de automatische overgang van afhankelijke rechten als gevolg van het overgaan van het hoofdrecht waaraan zij verbonden zijn in algemene zin (paragraaf 14.3.3). Daarna bespreek ik het geval waarin het hoofdrecht van een afhankelijk recht gedeeltelijk overgaat (paragraaf 14.3.4). Ten slotte bespreek ik drie gevallen die zich alleen voordoen bij afhankelijke zekerheidsrechten. Het eerste geval ziet op het overgaan van de door een afhankelijk zekerheidsrecht gesecureerde vordering vóórdat dat afhankelijke recht is ontstaan (paragraaf 14.3.5). Het tweede geval ziet op het overgaan van de door een afhankelijk zekerheidsrecht gesecureerde vordering nadat de executie op basis van dat zekerheidsrecht is aangevangen (paragraaf 14.3.6). Het derde geval ziet op het overgaan van één van de vorderingen waarvoor een zogenaamd krediet- of bankzekerheidsrecht in het leven is geroepen (paragraaf 14.3.7). Ik ga er bij deze bespreking steeds van uit dat de gerechtigde tot het afhankelijke recht en de verschaffer ervan er niet voor hebben gezorgd dat een opvolgende verkrijger van het hoofdrecht het afhankelijke recht niet verkrijgt; zie daarover paragraaf 14.6.2.