V-N Vandaag 2025/1726
Valt onkostenvergoeding van piloot onder gerichte vrijstelling?
HR 05-09-2025, ECLI:NL:HR:2025:1236
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
5 september 2025
- Zaaknummer
22/01503
22/01504
22/01507
22/03914
- Vakgebied(en)
Loonbelasting / Kostenvergoeding
Loonbelasting / Werkkostenregeling
Loonbelasting / Dienstbetrekking
Loonbelasting / Eindheffing
- Brondocumenten
Beroepschrift, Hoge Raad, 05‑09‑2025
ECLI:NL:HR:2025:1236, Uitspraak, Hoge Raad, 05‑09‑2025
ECLI:NL:HR:2024:387, Uitspraak, Hoge Raad, 05‑04‑2024
ECLI:NL:HR:2024:517, Uitspraak, Hoge Raad, 05‑04‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 05‑04‑2024
ECLI:NL:HR:2024:516, Uitspraak, Hoge Raad, 05‑04‑2024
ECLI:NL:PHR:2023:699, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 07‑07‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:672, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 07‑07‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:671, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 07‑07‑2023
- Wetingang
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat om te kunnen beoordelen of en, zo ja, in hoeverre aan de eisen voor een gerichte vrijstelling is voldaan, het noodzakelijk is vast te stellen wie zijn werkgever was. Na verwijzing moet dit daarom alsnog worden vastgesteld, waarbij de stelplicht en bewijslast op X rust.
Samenvatting
X woont in Nederland en is gezagvoerder van passagiersvliegtuigen van een Ierse luchtvaartmaatschappij. Hij wordt in 2016, via twee Ierse vennootschappen (LTD's), waarvan hij minderheidsaandeelhouder/mededirecteur is, ingehuurd door een uitzendbureau. De luchtvaartmaatschappij betaalt een vergoeding per gewerkt uur aan het uitzendbureau. Het uitzendbureau betaalt een vergoeding per ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.