Hof Den Haag, 21-04-2022, nr. 22-003843-19.a
ECLI:NL:GHDHA:2022:773
- Instantie
Hof Den Haag
- Datum
21-04-2022
- Zaaknummer
22-003843-19.a
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:GHDHA:2022:773, Uitspraak, Hof Den Haag, 21‑04‑2022; (Hoger beroep)
Cassatie: ECLI:NL:HR:2024:1167
Uitspraak 21‑04‑2022
Inhoudsindicatie
gepubliceerd naar aanleiding arrest van de Hoge Raad
Rolnummer: 22-003843-19
Parketnummers: 10-102712-18 en 10-096566-19
Datum uitspraak: 21 april 2022
TEGENSPRAAK
Gerechtshof Den Haag
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 26 juli 2019 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,
adres: [woonadres] te [woonplaats].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte van het onder parketnummer 10-102712-18 tenlastegelegde integraal vrijgesproken en ter zake van het onder 10-096566-19 tenlastegelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis, waarvan 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis, voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld. Het hoger beroep richt zich alleen tegen de veroordeling van het bij parketnummer 10-096566-19 tenlastegelegde, en niet tegen de gegeven vrijspraak.
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte zal worden vrijgesproken ter zake van het bij parketnummer 10-096566-19 onder 1 tenlastegelegde.
Het vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
Zaak met parketnummer 10-096566-19:
1. zij op of omstreeks 22 april 2019 te Capelle aan den IJssel openlijk, te weten op het voetbalveld bij voetbalvereniging [voetbalvereniging], in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer], door:
- tegen zijn dijbeen te schoppen en/of
- in zijn gezicht te krabben en/of
- tegen zijn lichaam te schoppen en/of
- meermalen tegen zijn gezicht te schoppen en/of te stompen en/of te slaan (terwijl voornoemde [slachtoffer] op de grond lag).
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
Bewijsvoering
Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.
In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.
Strafbaarheid van de verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
Strafmotivering
Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.
Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft samen met haar partner en ex-partner openlijk geweld gepleegd tijdens een voetbalwedstrijd van het jeugdelftal waarvan de minderjarige zoon van verdachte deel uitmaakte. De wedstrijd was onderdeel van een paastoernooi, waardoor de voetbalvereniging druk bezocht was. Een man die de zoon van verdachte op zijn gedrag aansprak, is door de verdachte en haar mededaders geslagen, gekrabd en geschopt in het bijzijn van vele omstanders. De aanwezige personen, waaronder vele kinderen, zijn daardoor ongewild met geweld geconfronteerd. Een dergelijke confrontatie met geweld veroorzaakt bij deze personen een gevoel van onveiligheid.
Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie van 22 maart 2022, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor het plegen van een strafbaar feit.
Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke taakstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.
Verklaring Omtrent het Gedrag
De onderhavige schuldigverklaring behoort naar het oordeel van het hof op zichzelf genomen geen beletsel te zijn voor de afgifte van een Verklaring Omtrent het Gedrag (hierna: VOG). Het weigeren van de afgifte van een VOG aan de verdachte op grond van – uitsluitend – de onderhavige strafzaak zou niet in verhouding staan tot de ernst van het bewezen verklaarde strafbare feit en al te zeer afbreuk doen aan de maatschappelijke positie van de verdachte. Daarnaast is naar het oordeel van het hof op basis van de bijzonderheden van deze strafzaak niet aannemelijk dat de verdachte in de toekomst in de uitoefening van haar werk (als medewerkster in de zorg) een maatschappelijk risico zal vormen of dat zij voor de functie ongeschikt zou zijn dan wel deze niet naar behoren zou kunnen vervullen.
De verdachte kan bij een eventuele toekomstige aanvraag van een VOG een kopie van dit arrest meezenden, zodat het Centraal Orgaan Verklaring Omtrent het Gedrag (COVOG) bij de beoordeling rekening kan houden met voormeld oordeel van het hof.
Vordering tot schadevergoeding [slachtoffer]
In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte tenlastegelegde, tot een bedrag van € 175,00.
In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering.
De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist.
Naar het oordeel van het hof levert behandeling van de vordering van de benadeelde partij ter zake van het bewezenverklaarde een onevenredige belasting van het strafgeding op.
Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Gelet op het voorgaande bepaalt het hof dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 22c, 22d en 141 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]
Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Dit arrest is gewezen door mr. G. Knobbout,
mr. C.M. Derijks en mr. L.J.M. Janssen, in bijzijn van de griffier mr. A.M. Grasman.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 21 april 2022.
mr. L.J.M. Janssen is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.