Aanvullen van subjectieve rechten
Einde inhoudsopgave
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/5.4.2:5.4.2 Juridische posities die niet samenhangen met een fysiek rechtsobject
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/5.4.2
5.4.2 Juridische posities die niet samenhangen met een fysiek rechtsobject
Documentgegevens:
mr. drs. T.E. Booms, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. drs. T.E. Booms
- JCDI
JCDI:ADS299254:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zoals gesteld door Merrill & Smith 2011, p. 95.
Naast alle literatuur over het ‘right to exclude’ (zie voetnoot 45 van dit hoofdstuk) geldt dat ook voor een grote hoeveelheid literatuur over het verkrijgen van goederenrechtelijke aanspraken (veelal in het kader van ‘first possession’), zie bijvoorbeeld Claeys 2013 en de literatuur over ‘self-help’; zie over dat laatste meer uitgebreid Smith 2005.
Zie voor dat laatste bijvoorbeeld voetnoot 21 van Davidson 2008, p. 1605.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
200. De eerste blinde vlek in het (Anglo-) Amerikaanse goederenrechtelijk onderzoek heeft te maken met het gebrek aan aandacht voor juridische posities die geen betrekking hebben op fysieke rechtsobjecten. Dit gebrek in aandacht kan worden verklaard uit het feit dat ontwikkelingen in het denken over goederenrechtelijke rechten in de (Anglo-) Amerikaanse literatuur het resultaat zijn van stromingen die zich sterk tegen elkaar afzetten. In paragraaf 5.2.4 besprak ik dat de ‘right to a thing’-opvatting (deels) ontwikkeld is om tegenwicht te bieden aan de ‘bundle of rights’-opvatting. Een belangrijk twistpunt daarbij is de vraag of juridische posities die onderdeel uitmaken van een goederenrechtelijk recht door de overheid naar believen kunnen worden herschikt. Aanhangers van de ‘bundle of rights’-opvatting meenden van wel. Het antwoord daarop van de ‘right to a thing’-opvatting is dat alle goederenrechtelijke rechten inherent voorzien zijn van een set met ‘claims’ om anderen uit te sluiten. De reden daarvoor is dat het in één keer uitsluiten van anderen transactiekosten verlaagt en de rechthebbende in staat stelt om het nut van zijn rechtsobject te maximaliseren (zie randnummer 162 en 186). Voor de discussie was het daarbij handig om het rechtsobject van een goederenrechtelijk recht sterk op de voorgrond te plaatsen: ook personen die de gerechtigde niet kennen, weten dat ze geen inbreuk mogen maken op zijn rechtsobject. Zo worden de verhoudingen tussen de gerechtigde en andere personen in één keer geregeld.
201. Deze vereenvoudigende werking is eenvoudig voor te stellen bij fysieke schaarse middelen die samen een rechtsobject vormen. In de (Anglo-) Amerikaanse rechtsliteratuur wordt soms wel gesteld dat rechtsobjecten dienen te worden vastgesteld door te bekijken hoe buitenstaanders tegen het rechtsobject aankijken. Is iets voor hen herkenbaar als rechtsobject, zodat zij hun gedrag kunnen afstemmen op hetgeen ze zien?1 Er bestaat dan ook veel literatuur die fysieke rechtsobjecten als uitgangspunt neemt bij het zoeken naar verklaringen voor juridische posities die op het rechtsobject betrekking hebben.2 De neiging bestaat om te denken dat de rechtsobjecten die juridisch relevant zijn, exact gelijk zijn aan fysieke dingen die zich in de wereld om ons heen bevinden (zie randnummer 180) en dat subjectieve rechten die erop betrekking hebben, niet meer zijn dan het alleenrecht om van deze rechtsobjecten gebruik te maken.3 Er bestaat, anders gezegd, een blinde vlek voor subjectieve rechten die niet zien op fysieke rechtsobjecten (omdat ze geen rechtsobject hebben, dan wel een niet-fysiek rechtsobject hebben).