Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/5.3.1.2
5.3.1.2 Jaarwinst
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS399496:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
In de wet is expliciet opgemerkt dat de vermogensvergelijking geldt voor ondernemingen waarbij er een plicht tot boekhouding bestaat. Ik ga in het verdere verloop van dit hoofdstuk ervanuit dat dit het geval is.
Voor een nadere Nederlandsetalige uiteenzetting van de fiscale afschrijving en behandeling van goodwill verwijs ik naar R.P.C. Cornelisse, Enige fiscale aspecten van goodwill, FED Monografiën nr. 60, Kluwer, 2000, paragraaf 17.2.
E. Reimer, Das objektive Nettoprinzip aus gemeinschaftsrechtlicher, abkommensrechtlicher und rechtsvergleichender Sicht, Beihefter zu DStR 34/2009, blz. 122, paragraaf 4.
J. Lang in Tipke/Lang19, Steuerrecht, §9, Rz. 56.
In Duitsland wordt de jaarwinst bepaald aan de hand van de voorschriften in het KStG en EStG. In het KStG staat geen definitie van het inkomensbegrip. Deze vinden we wel in de ook voor het KStG van toepassing zijnde §4 Abs. 1 EStG. In deze bepaling staat winst omschreven als het verschil tussen de waarde van het bedrijfsvermogen aan het einde van het boekjaar en de waarde van het bedrijfsvermogen aan het eind van het vorig boekjaar, verhoogd met de waarde van de onttrekkingen en verminderd met de waarde van de stortingen. De winst kan met andere woorden worden bepaald aan de hand van de vermogensvergelijking (Betriebsvermögensvergleich).1 De winst kan ook worden vastgesteld aan de hand van de winst en verliesrekening (Gewinn – und Verlustrechnung). Beide manieren van winstberekening zouden uiteindelijk tot hetzelfde resultaat moeten leiden (dit principe wordt ook wel doppelte Buchführung genoemd).
Naast de algemene bepaling omtrent welke winstbepalingsregels van toepassing zijn heeft de wetgever gezorgd voor gedetailleerde regelgeving in zowel de Einkommensteuer als de Körperschaftsteuer die het begrip fiscale winst nader af bakenen. Zo zijn bijvoorbeeld de afschrijvingsregels (afschrijvingsmethoden) uitgebreid vastgelegd in §7 Abs. 1 EStG.2
Reimer merkt op dat de Duitse wetgever – ten opzichte van andere landen - steeds minder kosten in aftrek toelaat.3 Ook in Duitsland geldt het nominalistische stelsel (euro-is-euro-stelsel genoemd).4 Een begrip goed koopmansgebruik vinden we niet terug in de Duitse fiscale wet. Wel kent het handelsrecht een dergelijke term (ordnungsgemäße Buchführung). In het Handelslgesetzbuch (HGB) zijn ook de beginselen zoals het realisatiebeginsel en voorzichtigheidsbeginsel wettelijk vastgelegd (§252 HGB). Deze beginselen werken één op één door in de fiscale jaarrekening, zoals uit de volgende paragraaf zal blijken.