Mededinging en verzekering
Einde inhoudsopgave
Mededinging en verzekering (R&P nr. VR8) 2019/2.1:2.1 Inleiding en opbouw
Mededinging en verzekering (R&P nr. VR8) 2019/2.1
2.1 Inleiding en opbouw
Documentgegevens:
mr. drs. G.T. Baak, datum 11-12-2019
- Datum
11-12-2019
- Auteur
mr. drs. G.T. Baak
- JCDI
JCDI:ADS183501:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Algemeen
Verzekeringsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Ik zal uitgebreider stilstaan bij de visie van Smith op mededinging in hoofdstuk 3 onder par. 3.2.3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Kartels zijn een oud fenomeen. Adam Smith spreekt in bovenstaand citaat al over concurrenten – ‘people of the same trade’ – die plannen smeden om prijzen te verhogen. Hij geeft daarbij aan dat het haast ondoenlijk is dat te voorkomen – ‘it is impossible indeed to prevent such meetings’ – maar dat kartelvorming ook niet moet worden gefaciliteerd, ‘to do nothing to facilitate such assemblies, much less to render them necessary’.1 Hiermee legt hij de grondslag voor het mededingingsrecht dat ondernemingen verbiedt om door kartels de concurrentie te beperken.
In dit hoofdstuk geef ik een schets van de inhoud van het mededingingsrecht. Het mededingingsrecht is een breed en omvangrijk rechtsgebied. Het bestaat uit vier pijlers: het kartelverbod, het verbod op misbruik van een machtspositie, het toezicht op concentraties en het verbod op staatsteun. In dit hoofdstuk sta ik het meest uitgebreid stil bij het kartelverbod en het verbod op misbruik van een machtspositie omdat daarop in het vervolg van dit boek de meeste nadruk zal liggen. De andere twee pijlers worden niet uitgebreid besproken, omdat daarop in de verdere analyse niet de nadruk ligt. Het doel van dit hoofdstuk is om een juridisch beoordelingskader te geven voor de toepassing van het mededingingsrecht in deel II van dit boek.
Dit hoofdstuk is als volgt opgebouwd. In paragraaf 2.2 bespreek ik kort de verhouding tussen het Europese en Nederlandse mededingingsrecht. Ik behandel dat aspect eerst omdat het Nederlandse mededingingsrecht is afgeleid van het Europese mededingingsrecht. Vervolgens bespreek ik in paragraaf 2.3 de inhoud van het kartelverbod. Daarna sta ik in paragraaf 2.4 stil bij de inhoud van het verbod op misbruik van een machtspositie. In paragraaf 2.5 bespreek ik de overige mededingingsrechtelijke regels namelijk het toezicht op concentraties en het verbod op staatsteun. Paragraaf 2.6 bevat de conclusie van dit hoofdstuk.