Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/8.5:8.5 Onjuiste informatieverstrekking die op zichzelf een criminal charge tot gevolg heeft
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/8.5
8.5 Onjuiste informatieverstrekking die op zichzelf een criminal charge tot gevolg heeft
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS494703:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de zaak King oordeelt het EHRM (unaniem) dat de informatie die de klager op grond van een met sancties bedreigde fiscale informatieplicht had verstrekt, door de belastingautoriteiten mocht worden gebruikt, mits de informatie enkel voor toezichtsdoeleinden is afgedwongen, of althans voor het aanvangsmoment van de criminal charge.1 Het verschil met Saunders bestaat erin dat de verstrekte informatie, te weten de onjuiste opgaaf, niet tegen King was gebruikt, in die zin, dat die informatie hem belastte voor overtredingen die hij ervóór had begaan (zoals in Saunders wel het geval was). King werd vervolgd vanwege de onjuiste opgaaf zelf.2 Omdat hij evenmin werd vervolgd voor het niet verstrekken van informatie die hem mogelijk zou hebben belast in een (komende) strafprocedure, verschilt zijn zaak ook van J.B.3 Bovendien riskeerde King ten hoogste een geldboete vanwege de weigering om de gevraagde informatie te verstrekken, wat contrasteert met de positie van de klagers in de zaken Saunders en J.B.4 Redenen waarom het Hof oordeelt dat in de onderhavige zaak het recht tegen gedwongen zelfbelasting niet in het geding is.
Zie eerder de zaak Allen, waarin het Hof geen schending van dit recht aanneemt. Ten tijde van de aangifteplicht van de klager was er weliswaar sprake van ‘coercive proceedings’, bestaande in de verplichting tot het doen van aangifte, maar (nog) niet van ‘an offence which he had previously committed’ (= strafcontext). De onjuiste aangifte zelf was de overtreding.5
Zodoende kan niet worden gezegd dat de latente werking van het niet-meewerkrecht zich uitstrekt tot alle toezichtsinformatie. Het betreft enkel informatie die betrekking heeft op feiten die zijn begaan vóórdat de vordering ter zake wordt gedaan, waarbij de ernst van de sanctiedreiging wegens niet-medewerking geen rol lijkt te spelen.