Einde inhoudsopgave
Smartengeld 1998/4.2.3
4.2.3 Lichamelijk letsel
prof. mr. S.D. Lindenbergh, datum 21-06-1998
- Datum
21-06-1998
- Auteur
prof. mr. S.D. Lindenbergh
- JCDI
JCDI:BSD58090:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Bijv. expliciet bij Eykman 1981, p. 463 en Schut 1993, p. 286.
Vgl. Knol 1986, p. 4, die letsel omschrijft als 'Iedere tijdelijke of blijvende aantasting van de lichamelijke of geestelijke integriteit'. Voor lichamelijk letsel lijkt deze omschrijving mij wat ruim. Zij omvat niet alleen tevens geestelijke componenten, maar ook het begrip integriteit is ruimer dan letsel. Er zijn immers gevallen denkbaar waarin de lichamelijke integriteit wordt geschonden zonder dat sprake hoeft te zijn van lichamelijk letsel. Men denke aan bepaalde vormen van seksueel misbruik. De lichamelijke integriteit wordt niet alleen 'gedekt' door de term 'lichamelijk letsel', maar ook door 'aantasting in de persoon op andere wijze'. Zie ook hierna § 5.4.4.1.
In dezelfde zin Broekhuijsen-Molenaar 1991, p. 113.
Men spreekt ook wel van 'doctors delay'. Vgl. voor een voorbeeld Pres. Rb. Leeuwarden 4 juni 1996, KG 1996,249 (toekenning van ƒ 150.000 smartengeld aan vrouw die als gevolg van 'expectatief beleid' van een arts aanzienlijk in haar levensverwachting werd beperkt).
Ook in deze zin Hof 's-Hertogenbosch 28 januari 1997, VRS 1997, 375; Rb. Rotterdam 12 december 1986, Nj 1988, 462; TvG 1992, p. 116 en Rb. Arnhem 30 januari 1997, Njkort 1997, 20; vrs 1997,201, die daartoe aansluiting zoekt bij art. 1:2 dat er van uit gaat dat de ongeboren vrucht geen zelfstandige persoonlijkheid is. Zie over dit vonnis Overeem 1996, p. 354-355.
Zie hierover ook § 7.3.2.2.
Zie § 4.2.5 en § 5.3.
Vgl. HR 28 juni 1991, NJ 1991, 746 (Epileptisch insult), waarin de Hoge Raad in het midden laat of bij een aanval van epilepsie sprake was van lichamelijk letsel danwel van een andere persoonsaantasting.
Deutsch 1993, p. 99. Weliswaar is in de rechtspraak tevens een recht op smartengeld erkend bij 'Persönlichkeitsrechtsverletzungen', doch daarvoor plegen nadere vereisten te worden gesteld. Zie hierover § 5.4.2.
Zie voor een voorbeeld Rb. Amsterdam 28 januari 1947, nj 1947, 520.
Vgl. voor een voorbeeld uit het Duitse recht BGH 9 november 1993, N/W 1994, p. 127 e.v. (vernietiging van in verband met een medische behandeling opgeslagen sperma), waarover Broekhuijsen-Molenaar 1995, p. 161-166.
Aldus BGH 18 maart 1980, BGHZ 76, 259. Zie over het recht op lichamelijke integriteit nader hierna § 5.4.4.1.
Vgl. niettemin kennelijk in de laatste zin Rb. Amsterdam 17 augustus 1994, vr 1997, nr. 135, waarin vaststond dat (opzettelijk) lichamelijk letsel was toegebracht, maar de rechtbank wegens de geringe aard van het letsel een vordering tot vergoeding van immateriële schade afwees. Zie voor het Duitse recht, waar men van oordeel verschilt t.a.v. de vergoeding van immateriële schade bij zogenaamde 'bagatelschades', Hacks, Ring & Böhm 1997, p. 13/4, die melden dat de discussie op dit punt nog niet is afgesloten.
Zie daarover § 7.4.3.4.
Lichamelijk letsel vormt in de praktijk de belangrijkste poort naar het smartengeld. Dat letsel kan het gevolg zijn van uiteenlopende oorzaken zoals verkeersongevallen, bedrijfsongevallen, mishandeling of behandelingsfouten van medici. Letsel aan het lichaam veroorzaakt doorgaans immateriële schade in de vorm van pijn en kan daarnaast oorzaak zijn van het verlies van lichaamsfuncties, waardoor men in allerlei activiteiten wordt belemmerd. De gedachte dat bij lichamelijk letsel een recht op vergoeding van immateriële schade dient te bestaan is inmiddels diep geworteld en ondervindt in het algemeen grote mstemming.1 In de ons omringende landen is dit overigens niet anders.
Het begrip lichamelijk letsel omvat uiteenlopende gevallen.2 Daaronder valt niet alleen verwonding in de zin van de beschadiging van weefsel door een oorzaak van buitenaf, maar ook de lichamelijke gevolgen van besmetting3 en ziekte of 'lichamelijke achteruitgang' als gevolg van niet tijdig of onjuist medisch ingrijpen.4 Beschadiging van de ongeboren vrucht kan eveneens worden aangemerkt als lichamelijk letsel (van de moeder).5
Traditioneel wordt lichamelijk letsel onderscheiden van geestelijk letsel. Hoewel de scheiding tussen lichaam en geest niet door iedereen als zinvol wordt ervaren, is zij vanuit juridisch oogpunt wel hanteerbaar, mits men de grote verwevenheid van beide facetten in het oog houdt. Lichamelijk letsel kan tevens psychische gevolgen hebben. Men denke aan geheugenstoornissen, concentratiestoornissen, neuroses, depressies, et cetera. Dergelijke gevolgen plegen bij de beoordeling van de immateriële schade als gevolg van lichamelijk letsel te worden meegewogen.6 Psychische gevolgen van een schadeveroorza-kende gebeurtenis die niet tevens (eigen) lichamelijk letsel van betekenis heeft veroorzaakt worden hierna behandeld bij de bespreking van de 'andere persoonsaantastingen'.7 Hetzelfde geldt voor eventuele somatische verschijnselen bij dergelijk geestelijk letsel.
Aan de afbakening van de inhoud van het begrip lichamelijk letsel wordt in Nederland betrekkelijk weinig aandacht besteed. Dat laat zich mogelijk mede verklaren, doordat de kwalificatie van een bepaalde aantasting als lichamelijk letsel niet bepalend is voor het verkrijgen van smartengeld. Wat niet kan worden aangemerkt als lichamelijk letsel kan immers onder omstandigheden nog worden gekwalificeerd als andersoortige persoonsaantasting en uit dien hoofde aanleiding geven tot de vergoeding van immateriële schade.8 Dit ligt bijvoorbeeld moeilijker in Duitsland, waar de 'delictsomschijvingen' van § 823 en § 847 BGB voor het ontstaan van een recht op smartengeld vergen dat sprake is van 'Körperverletzung' of 'Gesundheitsverletzung'.9
Soms bestaat twijfel of het gaat om lichamelijk letsel. Men denke aan het afknippen van haar,10 aan de beschadiging of vernietiging van protheses of van, van het lichaam afgescheiden, doch aan de persoon gebonden, lichaamsmateriaal.11 In dergelijke gevallen kan uit de hchaamsfunctie van het materiaal mijns inziens een indicatie worden afgeleid dat sprake is van een persoonsaantasting in de zin van artikel 6:106 lid 1 onder b (slot). In het Duitse recht wordt in dit verband ook het veroorzaken van een ongewenste zwangerschap aangemerkt als 'Körperverletzung' die recht geeft op smartengeld, omdat anders'das Recht am eigenen Kórper als gesetzlich ausgeformter Teil des allgemeinen Persönlichkeitsrecht' onvoldoende zou worden beschermd.12
Is eenmaal sprake van lichamelijk letsel, dan bestaat volgens artikel 6:106 lid 1 onder b recht op smartengeld. De formulering van deze bepaling biedt geen aanknopingspunt voor het aannemen van een algemene (nadere) drempel, in die zin dat eerst bij letsel van een bepaalde ernst een recht op smartengeld bestaat.13 De ernst van het letsel kan - uiteraard - wel in de omvang van het smartengeld tot uitdrukking worden gebracht.14