De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/5.3.5.6:5.3.5.6 Eigendomsrechten van personen die niet bij de organisatie van de vennootschap zijn betrokken
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/5.3.5.6
5.3.5.6 Eigendomsrechten van personen die niet bij de organisatie van de vennootschap zijn betrokken
Documentgegevens:
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS369717:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Hof Amsterdam (OK) 21 januari 2002, JOR 2002/28, m.nt. Brink (HBG), 3 mei 2007, JOR 2007/143, m.nt. Nieuwe Weme (ABN AMRO) en 27 februari 2014, JOR 2014/160 m.nt. Rensen (TICA).
Zie omtrent de vraag in hoeverre deze onmiddellijke voorzieningen de iure kon worden tegengeworpen aan de medecontractanten van de vennootschap die voorwerp was van de enquête. Zie daarover par. 9.2.2.5 en 11.2.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het komt in de jurisprudentie van de ondernemingskamer sporadisch voor dat (onmiddellijke) voorzieningen in ieder geval de facto gevolgen hebben voor personen die niet bij de organisatie van de vennootschap zijn betrokken. Bekende voorbeelden zijn HBG-, ABN AMRO- en TICA-beschikkingen.1 Daarin verbood de ondernemingskamer de vennootschap die voorwerp was van de enquête om bepaalde overeenkomsten na te komen.2 Deze overeenkomsten kwalificeerden (ook) als eigendomsrechten van hun medecontractanten.