Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/7.5.2
7.5.2 Het dilemma bij het stellen van prejudiciële vragen in spoedeisende gevallen
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS367289:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Bij wijze van voorbeeld geldt het volgende: in het kader van noodzaakfinanciering wordt bewerkstelligd dat (het bevoegde orgaan van) de NV zich niet langer verzet tegen een emissie van aandelen van een minderheidsaandeelhouder, die na de emissie meerderheidsaandeelhouder wordt. Vervolgens kan deze meerderheidsaandeelhouder met behulp van zijn meerderheidsmacht in de aandeelvergadering een koerswijziging opdringen aan het bestuur. Er worden bijvoorbeeld bepaalde activiteiten afgestoten en nieuwe activiteiten aangekocht. Eén en ander had achteraf bezien allemaal achterwege moeten blijven, indien toch blijkt dat de desbetreffende (onmiddellijke) voorziening niet getroffen had mogen worden wegens strijd met EU-recht. In de praktijk zal de situatie van vóór de (onmiddellijke) voorzieningen veelal niet meer te herstellen zijn, omdat jaren verstreken zijn. Pas in cassatie en waarschijnlijk na het stellen van een prejudiciële vraag wordt immers duidelijk dat de desbetreffende (onmiddellijke) voorziening achterwege had moeten blijven.
De voorbeelden, die in par. 7.6 worden besproken, illustreren echter ook dat er niet altijd tijd zal zijn om prejudiciële vragen te stellen. Dat is bijvoorbeeld het geval, indien duidelijk is dat de vennootschap failliet zal gaan als niet op zeer korte termijn onmiddellijke voorzieningen worden getroffen, maar het best wel eens zo zou kunnen zijn dat het EU-recht in de weg staat aan het treffen van de gewenste onmiddellijke voorzieningen.
In dat geval is het wellicht verleidelijk om de gok maar te wagen en onmiddellijke voorzieningen te treffen. Indien dan echter achteraf komt vast te staan dat het EU-recht in de weg staat aan de desbetreffende onmiddellijke voorzieningen, zullen de gevolgen van deze onmiddellijke voorzieningen zich niet altijd (geheel) ongedaan laten maken. In de regel zal dat zelfs zeer moeilijk zijn, zo niet onmogelijk.1 Hoofdstuk 12 bespreekt de remedies, die de partij die achteraf in het gelijk werd gesteld ter beschikking staan.