Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht
Einde inhoudsopgave
Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht (FM nr. 151) 2018/2.2.1:2.2.1 Wet- en regelgeving, algemeen
Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht (FM nr. 151) 2018/2.2.1
2.2.1 Wet- en regelgeving, algemeen
Documentgegevens:
mr. I.J. Krukkert, datum 01-02-2018
- Datum
01-02-2018
- Auteur
mr. I.J. Krukkert
- JCDI
JCDI:ADS468054:1
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Fiscaal strafrecht
Fiscaal bestuursrecht / Boete
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Niessen 2010, p. 18.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De convooi- en licentgelden zijn van oudsher vergoedingen van door de overheid verleende diensten. De convooigelden werden betaald voor bescherming tegen piraterij en oorlogsgevaar en de licentgelden betroffen vergoedingen voor rechten om met de vijand handel te drijven.1 Gedurende de zestiende en zeventiende eeuw ontwikkelen de convooien en licenten zich tot gewone in- en uitvoerrechten. De opbrengsten van de convooien en licenten zijn vanaf die tijd met name bedoeld voor onderhoud en uitbreiding van de oorlogsvloot.
De invordering van de convooi- en licentgelden had plaats bij kantoren die aan de grenzen en de riviermonden waren gelegen. Voor alle in- en uitvoer waren vaste vaarwegen voorgeschreven en het was verboden om goederen te vervoeren buiten bepaalde uren van de dag. Het systeem van de in- en uitvoerrechten hield in dat invoerrechten werden betaald op de plaats waar werd uitgeladen en uitvoerrechten op de plaats waar werd ingeladen.
Aangifte moest worden gedaan door een schriftelijke, ondertekende verklaring van de koopman of diens gemachtigde. Nadat controle (visitatie) van de aangifte met bijbehorende betaling had plaatsgevonden, werden de ladings- of lossingsdocumenten uitgereikt en kon men aanvangen met laden of lossen. Zowel het ladingsdocument (het paspoort) als het lossingsdocument (het loscedul) gingen gepaard met een akte van afrekening (een kwitantie).
Het toezicht aan de grenzen werd uitgeoefend door ‘cherchers’ en ‘toezieners’, die veelal opereerden vanaf zogeheten wachtschepen. Deze toezichthouders moesten vervolgens elke overtreding melden bij de Commies-Generaal, die dit op zijn beurt weer moest aangeven aan de Advocaat-Fiscaal. Deze laatste ging dan over tot vervolging voor het betreffende Admiraliteitscollege.