JWB 2008/176
Vennootschapsrecht, bestuurder, aansprakelijkheid
HR 11-04-2008, ECLI:NL:PHR:2008:BC2801
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
11 april 2008
- Zaaknummer
C06/295HR
- LJN
BC2801
- Vakgebied(en)
Juridische beroepen / Rechter
Staatsrecht / Rechtspraak
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2008:BC2801, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 11‑04‑2008
ECLI:NL:PHR:2008:BC2801, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 11‑04‑2008
- Wetingang
Art. 81 RO
Essentie
Vennootschapsrecht, bestuurder, aansprakelijkheid
Samenvatting
Casus
De Hoge Raad verwijst voor het verloop van het geding naar zijn arrest van 12 maart 2004 (J@ 2004-99). Bij dat arrest heeft de Hoge Raad het arrest van het hof vernietigd en het geding ter verdere behandeling en beslissing naar een ander hof verwezen. Na een memoriewisseling en bewijslevering door de eiser tot cassatie heeft dit hof bij het eindarrest in het principaal appel het beroep verworpen. In het incidenteel appel heeft het hof het eindvonnis van de rechtbank uitsluitend vernietigd met betrekking tot de rente, voor het overige het vonnis bekrachtigd en ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.