Rechtsgevolgen van stille cessie
Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/11.6.2.2:11.6.2.2 Schadevergoeding
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/11.6.2.2
11.6.2.2 Schadevergoeding
Documentgegevens:
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS583675:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor art. 6:154 BW, M.v.A. II, Pari. Gesch. Boek 6, p. 571; Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-11* 2009, nr. 294.
Zie Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-11* 2009, nr. 294.
Zie M.v.A. II, Pari. Gesch. Boek 7, p. 297; Asser/Hijma 5-I 2007, nr. 129. Vgl. Wessels 1997, p. 688; HR 2 april1993, NJ 1995, 94.
Zie T.M., Pari. Gesch. Boek 7, p. 16.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
722. De wederpartij is gehouden tot het betalen van schadevergoeding als hij in de nakoming van zijn verplichting toerekenbaar is tekortgeschoten (art. 6:7 4 BW). Is de niet-nakoming van de verplichting tevens een niet-nakoming van een rechtsplicht, zoals bij de niet-nakoming van de verplichting tot machtsverschaffing, dan kan de wederpartij ook schadeplichtig zijn op grond van onrechtmatige daad (art. 6:162 BW). Van de meeste verplichtingen wordt aangenomen dat zij verbintenissen zijn, en ligt derhalve het vorderen van schadevergoeding op grond van wanprestatie voor de hand. Dit geldt bijvoorbeeld voor de zorgverplichting van de oude schuldeiser op grond van art. 6:154 BW of art. 6:27 BW.1 Hetzelfde geldt voor de verplichtingen uit hoofde van art. 6:143 BW. 2 De oude schuldeiser is geen schadevergoeding verschuldigd als de tekortkoming niet aan hem kan worden toegerekend. De nieuwe schuldeiser kan zijn verplichting tot betaling van de koopsom verrekenen met zijn schadevergoedingsvordering jegens de oude schuldeiser.3
De koper heeft bijvoorbeeld recht op schadevergoeding als de vordering niet aan de overeenkomst beantwoordt omdat bijvoorbeeld de schuldenaar insolvent blijkt te zijn of de vordering niet opeisbaar (art. 6:74 jo 7:17 jo 7:47 BW en vgl. art. 7:24 BW).4 In het oude recht bepaalde art. 1571 BW ( oud) dat de verkoper voor de genoegzame gegoedheid van de schuldenaar verantwoordelijk is, als hij zich daartoe verbonden heeft, maar dan slechts ten belope van de koopprijs die hij voor de vordering ontvangen heeft. Het bevatte aldus een beperking van de aansprakelijkheid van de verkoper. Dit deel van de bepaling is niet teruggekeerd in de huidige regeling van koop, omdat het door de wetgever als ongewenst werd beschouwd. De koper hoeft er volgens de wetgever niet op bedacht te zijn dat als de verkoper instaat voor de gegoedheid van de schuldenaar, de garantie niet verder strekt dan ten belope van de door hem betaalde prijs. Allerlei oorzaken kunnen er immers toe leiden dat voor de vordering minder wordt betaald dan het nominale bedrag, bijvoorbeeld omdat de vordering nog niet opeisbaar is of omdat deze geen of slechts een lage rente draagt.5
Voor vorderingen met een dagprijs is bij ontbinding van de koop de schadevergoeding gelijk aan het verschil tussen de in de overeenkomst bepaalde prijs en de dagprijs ten dage van de niet-nakoming (art. 7:36lid 1 jo 7:47 BW).6
Het voorgaande geldt ook voor de stille cessie.