WR 2013/43
230a-bedrijfsruimte – beëindiging huurovereenkomst – procesrecht: bindende kracht 230a-beschikking; tijdsverloop tussen overgang opvolgend verhuurder en de afbraak in het algemeen belang; strekking art. 7:309 BW; feitelijke genotsverwachting; redelijkheid en billijkheid; geen schadeloosstelling
Rb. 's-Gravenhage 10-05-2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BZ5963, m.nt. mr. J.M. Heikens
- Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
- Datum
10 mei 2012
- Magistraten
Mr. A.C. Olland)
- Zaaknummer
1007709/10-31433
- Noot
mr. J.M. Heikens
- LJN
BZ5963
- JCDI
JCDI:ADS913651:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Huur van bedrijfsruimte
Huurrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBSGR:2012:BZ5963, Uitspraak, Rechtbank 's-Gravenhage, 10‑05‑2012
- Wetingang
(art. 7:309 BW; art. 236 Rv; art. 6:248 lid 2 BW)
Essentie
230a-bedrijfsruimte – beëindiging huurovereenkomst – procesrecht: bindende kracht 230a-beschikking; tijdsverloop tussen overgang opvolgend verhuurder en de afbraak in het algemeen belang; strekking art. 7:309 BW; feitelijke genotsverwachting; redelijkheid en billijkheid; geen schadeloosstelling
Samenvatting
Het gehuurde moet worden aangemerkt als een gebouwde onroerende zaak, zoals in een eerdere 230a-beschikking tussen partijen is bepaald en art. 7:309 BW is van toepassing. De kantonrechter overweegt dat uit de wetsgeschiedenis volgt dat aan beslissingen aangaande rechten en verplichtingen die voorwerp zijn van de rechtsstrijd tussen partijen het gezag van gewijsde kan toekomen. Bepalend voor het kunnen inroepen van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.