De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland
Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/6.3.4.6:6.3.4.6 Tussenconclusie
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/6.3.4.6
6.3.4.6 Tussenconclusie
Documentgegevens:
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS400768:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Om aan alle hiervoor gesignaleerde problemen in de uitvoeringspraktijk het hoofd te bieden kan worden geconcludeerd dat het nodig is om een viertal bevoegdheden neer te leggen in een Wet inzake Europese subsidies.
In de eerste plaats dient te worden voorzien in de bevoegdheid voor het bestuursorgaan dat bevoegd is om de Europese subsidies te verstrekken om toezichthouders aan te wijzen die bevoegd zijn de in de Europese subsidie-regelgeving neergelegde controles uit te oefenen.
Ten tweede dient in de voormelde wet in formele zin te worden neergelegd dat het bestuursorgaan dat bevoegd is de Europese subsidie te verstrekken, ook bevoegd is de ingevolge de Europese subsidieregelgeving voorgeschreven Europese administratieve sancties op te leggen en over het uitoefenen van deze bevoegdheid regels te stellen. In deze wet kan wat betreft de definitie van een administratieve sanctie worden verwezen naar artikel 5, van de Verordening nr. 2988/95. Met een dergelijke bepaling wordt gewaarborgd dat administratieve sancties die Nederlandse bestuursorganen op grond van Europese landbouwsubsidieverordeningen en het Financieel Reglement (Jeugd in Actie en Een Leven Lang Leren) moeten opleggen, ook daadwerkelijk kunnen worden opgelegd.
Ten derde is vooruitlopend op paragraaf 6.8.6.12 de aanbeveling gedaan dat in een wet in formele zin wordt neergelegd dat het bestuursorgaan dat is belast met de verstrekking van Europese subsidies en de daarbij behorende nationale cofinanciering is gehouden besluiten tot verstrekking van Europese subsidies en de nationale cofinanciering in te trekken, indien de Europese subsidieregelgeving daartoe verplicht. In het kader van de Europese landbouwsubsidies is aangegeven dat in aanvulling op voormelde algemene bevoegdheidsgrondslag, in een lagere subsidieregeling zou moeten worden bepaald dat de intrekking en terugvordering van de desbetreffende Europese landbouwsubsidie geschiedt overeenkomstig bijvoorbeeld artikel 80 van de Commissieverordening nr. 1122/2009. Zo wordt voorkomen dat de rechtstreekse toepasselijkheid van bepalingen uit Europese landbouwsubsidieverordeningen wordt verhuld.
Ten vierde zou in een Wet inzake Europese subsidies moeten worden neergelegd dat de ambtenaren van de Europese Commissie, voor zover de Europese subsidieregelgeving dat voorschrijft, bevoegd zijn om ten aanzien van ontvangers van Europese subsidies in Nederland controles uit te oefenen.