RAV 2024/6
Bijstandsuitkering. Heeft het college van burgemeester en wethouders bij het nemen van het besluit tot intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering voldoende de persoonlijke omstandigheden van appellant betrokken en gewogen bij de vraag of het ontvangen bedrag aan immateriële schadevergoeding verantwoord is uit het oogpunt van bijstandsverlening?
CRvB 11-04-2023, ECLI:NL:CRVB:2023:707
- Instantie
Centrale Raad van Beroep
- Datum
11 april 2023
- Magistraten
Mrs. G.M.G. Hink, M.F. Wagner, C.E.M. Marsé
- Zaaknummer
20 / 3351 PW
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS943739:1
- Vakgebied(en)
Verkeersrecht / Aansprakelijkheid
Sociale zekerheid bijstand / Algemene bijstand
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:CRVB:2023:707, Uitspraak, Centrale Raad van Beroep, 11‑04‑2023
- Wetingang
Art. 31 Pw
Essentie
Bijstandsuitkering. Immateriële schadevergoeding. Persoonlijke omstandigheden. Vermogen voor bijstand.
Heeft het college van burgemeester en wethouders bij het nemen van het besluit tot intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering voldoende de persoonlijke omstandigheden van appellant betrokken en gewogen bij de vraag of het ontvangen bedrag aan immateriële schadevergoeding verantwoord is uit het oogpunt van bijstandsverlening?
Samenvatting
Appellant is in 2007 slachtoffer geworden van een ernstig verkeersongeval. Als gevolg van dit ongeval heeft hij blijvend letsel opgelopen. Aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeval is erkend. Vanaf 13 november 2011 ontvangt appellant een bijstandsuitkering. Op 15 januari 2019 sluit appellant ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.