Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/13.2.3
13.2.3 Modaliteiten van de verwerving van overwegende zeggenschap bij acting in concert
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS370022:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie Kamerstukken II, 2005/06, 30 419, nr. 3, p. 29: “Gelijktijdige verkrijging van overwegende zeggenschap kan zich onder meer voordoen indien verschillende personen op hetzelfde moment ondershands een pakket verkrijgen dat overwegende zeggenschap biedt over de vennootschap, bij uitgifte van aandelen, bij fusie of splitsing en indien aandeelhouders met elkaar in overeenstemming gaan handelen of één van de leden van de samenwerkende groep zijn belang vergroot.”
Zie § 15.3.4 over de situatie waarin de samenwerking in het geheel wordt ontbonden en een partij overblijft met overwegende zeggenschap.
Hieronder geef ik een beknopt overzicht van de gevallen waarin sprake kan zijn van de verwerving van overwegende zeggenschap door acting in concert. Bedacht moet worden dat in concernverhoudingen een onweerlegbaar vermoeden van onderling overleg geldt (§ 11.3); waar ik in het onderstaande over een samenwerkingsverband spreek, doel ik mede op dat soort situaties.
Overwegende zeggenschap door aangaan samenwerking
Het basisgeval is de verwerving van overwegende zeggenschap door het aangaan van een samenwerkingsverband.1 Dit doet zich voor als de in onderling overleg handelende partijen op het moment van het aangaan daarvan ten minste 30% van de stemrechten kunnen uitoefenen. Alle in onderling overleg handelende partijen verwerven overwegende zeggenschap omdat de stemrechten binnen het samenwerkingsverband wederzijds worden toegerekend (§ 12.2).
Overwegende zeggenschap door wijzigingen in de samenwerking
Overwegende zeggenschap kan ook worden verworven als gevolg van een wijziging in een samenwerkingsverband dat reeds overwegende zeggenschap houdt, maar van de biedplicht is vrijgesteld (zie hoofdstuk 15). Daarbij kan onder meer worden gedacht aan: i) toetreding tot een bestaand samenwerkingsverband, ii) het verlies van een vrijstelling, iii) interne verschuivingen van belangen en iv) ontbinding van de samenwerking2 . Degenen die voor de wijziging reeds deelnamen aan het samenwerkingsverband hebben uit dien hoofde overwegende zeggenschap verworven en kunnen dit in beginsel niet nogmaals doen. Toch kan in bepaalde gevallen een biedplicht ontstaan.
Overwegende zeggenschap na aangaan samenwerking
Een derde variant is het verwerven van overwegende zeggenschap nadat partijen zijn gaan samenwerken. Dit doet zich voor als de in onderling overleg handelende partijen pas nadat zij zijn gaan samenwerken 30% of meer van de stemrechten kunnen uitoefenen, bijvoorbeeld omdat een van de samenwerkende partijen stemrechten heeft verworven of omdat het samenwerkingsverband is uitgebreid met nieuwe leden. Ook in dit geval verwerven alle in onderling overleg handelende partijen overwegende zeggenschap (zie sub I).