WR 2013/67
Onbebouwde onroerende zaken: verkrijging opstalrecht door verjaring; recreatiewoning op verhuurde grond; in casu geen van huur afhankelijk opstalrecht; houder of bezitter opstalrecht naar verkeersopvatting
Hof Leeuwarden 25-10-2011, ECLI:NL:GHLEE:2011:BU1889, m.nt. prof. mr. H.D. Ploeger
- Instantie
Hof Leeuwarden
- Datum
25 oktober 2011
- Magistraten
Mrs. R.E. Weening, K.M. Makkinga, M.W. Zandbergen
- Zaaknummer
200.010.097/01
- Noot
prof. mr. H.D. Ploeger
- LJN
BU1889
- JCDI
JCDI:ADS914290:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHLEE:2011:BU1889, Uitspraak, Hof Leeuwarden, 25‑10‑2011
- Wetingang
art. 3:7 BW; art. 3:82 BW; art. 3:99 BW; art. 3:109 BW; art. 5:103 BW; art. 5:104 lid 2 BW; art. 5:87 BW
Essentie
Onbebouwde onroerende zaken: verkrijging opstalrecht door verjaring; recreatiewoning op verhuurde grond; in casu geen van huur afhankelijk opstalrecht; houder of bezitter opstalrecht naar verkeersopvatting
Samenvatting
Op het door huurster gehuurde perceel grond bevindt zich een recreatiewoning die huurster van de voormalige huurder van de grond heeft gekocht. De vraag is of huurster een opstalrecht heeft.
Het hof overweegt dat voor de beantwoording van de vraag of een opstalrecht zelfstandig dan wel afhankelijk is, de mate van verbondenheid van het opstalrecht aan het andere recht bepalend is. Die mate van verbondenheid dient uit de omstandigheden van het geval ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.