Aanvullen van subjectieve rechten
Einde inhoudsopgave
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/13.2:13.2 Vereisten voor het door de overheid toedelen van aanspraken in hoedanigheid
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/13.2
13.2 Vereisten voor het door de overheid toedelen van aanspraken in hoedanigheid
Documentgegevens:
mr. drs. T.E. Booms, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. drs. T.E. Booms
- JCDI
JCDI:ADS304013:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
528. Om te bekijken of een wilsrecht is toebedeeld ‘in hoedanigheid’, dient te worden gekeken naar de juridische regel die daarvoor zorgt. De wetgever is niet erg consequent met de wijze waarop hij het toedelen van wilsrechten in hoedanigheid in wettelijke regelingen verwoordt. Soms wordt duidelijk verwezen naar een bepaalde hoedanigheid, zoals die van ‘schuldeiser’ (bijv. art. 1 lid 1 Fw, 3:45 lid 1BW, 6:127 lid 1 BW), ‘eigenaar’ (art. 5:46 BW, 5:49 BW, 5:57 BW) of ‘pandhouder’ (art. 3:239 lid 3 BW). In andere gevallen moet het vereisen van een hoedanigheid in de wet worden ‘ingelezen’. Dat is vooral het geval bij het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, dat niet in alle artikelen waarin een wilsrecht wordt verleend, vermeldt aan wie dat wilsrecht toekomt (zie bijv. art. 502 Rv, dat simpelweg vermeldt dat – onder de gestelde vereisten – het beslag ‘kan worden gelegd’). Uit de strekking van de bepaling en omliggende artikelen zal dan moeten worden afgeleid aan wie het wilsrecht toekomt en of is bedoeld het wilsrecht ook te laten toekomen aan anderen die dezelfde hoedanigheid verkrijgen.