M en R 2015/101
‘Zeezwaaien’; ontslag van alle rechtsvervolging
HR 16-12-2014, ECLI:NL:HR:2014:3633, m.nt. H.J.A. van Ham
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
16 december 2014
- Magistraten
Van Schendel, De Savornin Lohman, Buruma
- Zaaknummer
13/00204
- Noot
H.J.A. van Ham
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS921328:1
- Vakgebied(en)
Milieurecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2014:3633, Uitspraak, Hoge Raad, 16‑12‑2014
ECLI:NL:PHR:2014:2059, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 09‑09‑2014
- Wetingang
(art. 5, eerste lid, Wet voorkoming verontreiniging door schepen; art. 29, tweede lid, Besluit voorkoming verontreiniging door schepen; Annex II bij het Marpol-verdrag (Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen))
Essentie
‘Zeezwaaien’; ontslag van alle rechtsvervolging
Samenvatting
Het Hof heeft geoordeeld dat het begrip “en route” inhoudt “dat het schip varende (in beweging) moet zijn op het moment van het lozen”. Dat oordeel is, gelet op de in de conclusie van de Advocaat-Generaal in het bijzonder onder 9.4, 9.5, 9.11, 9.14 en 9.15 vermelde gronden, juist. Het begrip “en route” omvat dus ook de situatie waarin een schip uitvaart naar zee met het enkele doel residuen van schadelijke vloeistoffen te lozen. Daarbij is ingevolge voorschrift 1 onder 6 van Annex II bij het Marpol-verdrag vereist dat het schip op zee ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.