Einde inhoudsopgave
RvdW 2014/622
Opzettelijk onder zich hebben vinken en goudvinken. Economisch strafrecht (art. 13 Flora– en faunawet)
HR 08-04-2014, ECLI:NL:HR:2014:853
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
8 april 2014
- Magistraten
Mrs. A.J.A. van Dorst, V. van den Brink, E.S.G.N.A.I. van de Griend
- Zaaknummer
13/02998
- Conclusie
A-G mr. P.C. Vegter
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
Bijzonder strafrecht / Economisch strafrecht
Bijzonder strafrecht / Milieustrafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2014:853, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 08‑04‑2014
ECLI:NL:PHR:2014:256, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 11‑02‑2014
Essentie
Opzettelijk onder zich hebben vinken en goudvinken. Economisch strafrecht (art. 13 Flora– en faunawet)
Partij(en)
Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, Economische Kamer, van 16 april 2013, nummer 21/004086-09, in de strafzaak tegen: [verdachte]. Adv. mr. B.P.M. Canoy, te Leeuwarden.
Conclusie
Conclusie A-G mr. P.C. Vegter:
1.
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof Arnhem-Leeuwarden van 16 april 2013. Namens de verdachte is een schriftuur houdende drie middelen van cassatie ingediend.
2.
Het eerste middel heeft betrekking op de begrijpelijkheid van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.