Gegevensbescherming in faillissement
Einde inhoudsopgave
Gegevensbescherming in faillissement (O&R nr. 136) 2023/5.7:5.7 Synthese
Gegevensbescherming in faillissement (O&R nr. 136) 2023/5.7
5.7 Synthese
Documentgegevens:
mr. M.D. Reijneveld, datum 01-08-2022
- Datum
01-08-2022
- Auteur
mr. M.D. Reijneveld
- JCDI
JCDI:ADS675747:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op welke manier kan de curator de verplichtingen met betrekking tot de rechten van betrokkenen zo doelmatig als mogelijk naleven tijdens faillissement? Ik heb in dit hoofdstuk zowel gekeken naar mogelijke oplossingen op basis van het huidige recht als op basis van het beperkingsregime dat de AVG toestaat. Het uitgangspunt voor de curator is dat hij de rechten van betrokkenen tijdens faillissement moet inwilligen. Slechts in uitzonderingsgevallen hoeft op een verzoek niet te worden gereageerd. In andere gevallen moet de curator kosteloos en uiterlijk binnen een maand reageren op verzoeken van betrokkenen. Dit brengt tijdrovende werkzaamheden en aanvullende kosten met zich. De curator hoeft alleen verantwoording af te leggen over verwerkingen waarvoor hij de verwerkingsverantwoordelijke is. Omdat de curator op basis van de Faillissementswet veel gegevensdragers en andere bescheiden onder zich krijgt, verwerkt hij potentieel persoonsgegevens van veel verschillende betrokkenen.
De curator heeft op basis van het geldende recht een aantal mogelijkheden om van dit uitgangspunt af te wijken. Verzoeken die kennelijk ongegrond of buitensporig zijn, kan de curator weigeren. Wanneer hij veel of complexe verzoeken ontvangt, kan de curator zijn reactietermijn met twee maanden verlengen. In een beperkt aantal gevallen kan hij een verzoek daarnaast beperken met een verwijzing naar artikel 41 UAVG, wanneer dat noodzakelijk is in het belang van waarborging van het onderzoek naar strafbare feiten of de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen. Hierbij is van belang om op te merken dat artikel 41 UAVG mogelijk wordt aangepast, waarbij nog duidelijker wordt benadrukt dat dit een vangnetbepaling voor uitzonderlijke situaties is.
Daarnaast zijn er mogelijkheden om de afhandeling van verzoeken uit te besteden. De curator kan een verwerker inschakelen om verzoeken af te handelen. Deze partij handelt dan de verzoeken af in opdracht en onder verantwoordelijkheid van de curator. Dit kan zowel een overnemende partij zijn als een derde. Dit biedt de curator een aantal praktische voordelen: een derde of overnemende partij kan de verzoeken doelmatiger afhandelen dan de curator. Ook kan dit economische voordelen opleveren, bijvoorbeeld wanneer de naleving van verzoeken van betrokkenen verdisconteerd wordt in de koopprijs. De curator blijft in al deze gevallen echter zelf ook verantwoordelijk voor de naleving van verzoeken van betrokkenen. Zij kunnen zich op basis van de AVG altijd tot de curator wenden.
De curator kan hiernaast gebaat zijn bij een meer algemene faillissementsuitzondering. Artikel 23 AVG biedt hiertoe beperkte mogelijkheden. Zo’n uitzondering dient te worden vastgesteld in een “lidstaatrechtelijke bepaling”. Dit is niet noodzakelijkerwijs een wet in formele zin, maar wel een regeling die duidelijk, voorspelbaar en kenbaar voor betrokkenen is. Rechten van betrokkenen kunnen tijdens faillissement worden beperkt teneinde belangrijke economische belangen te waarborgen. Artikel 23 AVG biedt geen ruimte om de rechten van betrokkenen tijdens faillissement in het geheel uit te sluiten. Ook is er binnen het systeem van de AVG geen mogelijkheid om aan betrokkenen een redelijke vergoeding te vragen. Wel is het mijns inziens mogelijk om in een bepaling de rechten van rectificatie, verwijdering, beperking van de verwerking en bezwaar tijdens faillissementssituaties te beperken wanneer de curator persoonsgegevens op geen enkele manier gebruikt tijdens faillissement. In andere gevallen bestaat die mogelijkheid niet. Daarnaast kan de reactietermijn van de curator samengevoegd worden met de afkoelingsperiode om de curator daarmee langer de tijd te geven om te reageren op verzoeken van betrokkenen. Hiervoor zou artikel 63a Fw aangepast moeten worden.
Deze oplossingen zorgen ervoor dat de curator tot op zekere hoogte doelmatig om kan gaan met de rechten van betrokkenen. Tegelijkertijd is er weinig ruimte om het recht op inzage te beperken. De impact van de AVG op het handelen van de curator kan niet worden onderschat. Ook wanneer de curator persoonsgegevens verder verwerkt tijdens faillissement, zal hij op de meeste verzoeken moeten reageren, zelfs als de boedel daartoe onvoldoende middelen heeft. Het reageren op verzoeken van betrokkenen blijft dan ook een kostbare bezigheid voor de curator.