Einde inhoudsopgave
Het voorlopig getuigenverhoor (BPP nr. XVII) 2015/97
97 Regeling; grondslag
Mr. E.F. Groot, datum 01-01-2015
- Datum
01-01-2015
- Auteur
Mr. E.F. Groot
- JCDI
JCDI:ADS458250:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor de (on)mogelijkheden om bij de burgerlijke rechter schadevergoeding vanwege een rechtmatige overheidsdaad te vorderen vóór de opname van titel 4.5 Awb: Kamerstukken II 2010- 11, 32 621, nr. 3, p. 8-11; Van Wijk/Konijnenbelt 2011, hoofdstuk 17. Kort samengevat bestond “tegen een beslissing omtrent nadeelcompensatie beroep bij de bestuursrechter open indien de oorzaak van de schade zelf een voor beroep vatbaar besluit was (processuele connexiteit) of als de beslissing omtrent nadeelcompensatie berust op een wettelijk voorschrift of een beleidsregel”, terwijl in alle andere gevallen de burgerlijke rechter bevoegd was. Borman 2013 (T&C Awb), Inl. opm. titel 8.4, aant. 2.
Stb. 2013, 50.
Besluit van 22 april 2013 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten en gedeelten uit het Besluit van 20 december 2012 tot wijziging van het Besluit proceskosten bestuursrecht in verband met indexering van de bedragen en toevoeging van enkele proceshandelingen (Stb. 2012, 683), voor zover het betreft schadevergoeding wegens onrechtmatig bestuurshandelen, Stb. 2013, 162, NvT, p. 3
Kamerstukken II 2010-11, 32 621, nr. 3, p. 7-8 (MvT).
HR 30 maart 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0801, AB 2001, 412, m.nt. Th.G. Drupsteen en NJ 2003, 615, m.nt. M. Scheltema (Staat/Lavrijsen).
In de in nr. 93 genoemde wet is ook titel 4.5 met een regeling voor nadeelcompensatie opgenomen. In titel 4.5 Awb is een uniforme, algemene regeling opgenomen voor het behandelen en beslissen van schadeverzoeken op grond van rechtmatig overheidsoptreden.1 De wetgever verwacht dat met het verruimen van de bevoegdheid van de bestuursrechter de civiele rechter minder als restrechter zal optreden.2 Titel 4.5 Awb is nog niet in werking getreden, maar het wetsvoorstel is aangenomen en gepubliceerd en daarom wordt in dit hoofdstuk ervan uitgegaan dat titel 4.5 geldend recht betreft.3 De reden om deze titel niet tegelijk met titel 8.4 in werking te laten treden is gelegen in de voorbereiding van aanpassingswetgeving en het ontwikkelen van een handleiding voor de omgang met verzoeken om nadeelcompensatie.4
De overheid kan gehouden zijn tot het vergoeden van schade door rechtmatig overheidsoptreden. Deze verplichting werd vaak gebaseerd op het gelijkheidsbeginsel (égalitébeginsel); als een burger onredelijk zwaar wordt getroffen door rechtmatig overheidsoptreden, dient hij te worden gecompenseerd (nadeelcompensatie).5 In het arrest Staat/Lavrijsen oordeelde de Hoge Raad:
“Eén van de verschijningsvormen van het gelijkheidsbeginsel is de regel dat de onevenredige nadelige, – dat wil zeggen: buiten het normale maatschappelijke risico of het normale bedrijfsrisico vallende, en op een beperkte groep burgers of instellingen drukkende – gevolgen van een overheidshandeling of overheidsbesluit niet ten laste van die beperkte groep behoren te komen, maar gelijkelijk over de gemeenschap dienen te worden verdeeld”.6
Ook in de bestuursrechtelijke jurisprudentie en het Europese recht wordt als grondslag voor schadevergoeding op grond van een rechtmatige overheidsdaad het gelijkheidsbeginsel gebruikt.