De notaris en gelijk oversteken
Einde inhoudsopgave
De notaris en gelijk oversteken (AN nr. 184) 2024/6.5:6.5 Conclusie
De notaris en gelijk oversteken (AN nr. 184) 2024/6.5
6.5 Conclusie
Documentgegevens:
mr. T.J. Bos, datum 01-05-2023
- Datum
01-05-2023
- Auteur
mr. T.J. Bos
- JCDI
JCDI:ADS941675:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
W.G. de Vries, ‘Notaris, beslag en aansprakelijkheid (recente rechtspraak)’, WPNR 1981/5557, p. 194.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Toen ik enkele jaren terug begon met mijn onderzoek over de notaris en gelijk oversteken, kon ik enige teleurstelling niet onderdrukken toen ik kennisnam van de Beleidsregel en het Reglement. Het huidige systeem – met zijn narecherche – lijkt zo goed als waterdicht en is bovendien in de afgelopen jaren steeds efficiënter geïmplementeerd door de notariële praktijk. De recherches worden verricht door middel van een paar toetsen en muisbewegingen, en de kosten daarvan vallen in het niet in vergelijking met de kosten voor de rest van de transactie. Enkele jaren later echter zie ik de recherches als ducttape die de voorvleugel van een formule 1 auto bij elkaar houdt. Het is een oplossing voor een probleem dat niet zou moeten bestaan. Recherches zijn noodzakelijk omdat, vanaf het moment dat partijen een voornemen om (onroerend) goed en geld te ruilen op papier zetten, betrekkelijk weinig hoeft te gebeuren om de transactie te dwarsbomen. Aan de wens van partijen om genot en eigendom te scheiden is door de wetgever tegemoet gekomen door de invoering van vijf zakelijke genotsrechten. Echter, van de wens om transacties te verrichten – meer nauwkeurig; de wens om zeker te weten dat een transactie doorgaat – is mijns inziens tot op heden te weinig rekenschap gegeven.
Reeds vóór Van Velten voor het eerst de lans heeft gebroken voor de inschrijving van de koopovereenkomst, heeft De Vries in dit tijdschrift opgemerkt dat “Aan de normale afwikkeling van het normale economische gebeuren voorrang gegeven moet worden boven de uitzonderlijke gang van zaken gelegen in beslag en executie”. Daarom moeten wij “ons niet stellen op basis van een abstract systeem van enkel en alleen de volgorde (...) doch eerst analyseren wat het normale maatschappelijke gebeuren is – de correcte afwikkeling van koopovereenkomsten en hun financiering – en daarop de regeling afstemmen”.1 Ter concretisering van dit voornemen stelt hij voor dat de notaris een soort beslag op de bij een transactie betrokken percelen kan leggen ten behoeve van de afwikkeling. “Wie in die periode recherche neemt, stuit op het beslag ter verwezenlijking van de onder handen zijnde transactie en kan vervolgens onder de notaris beslag leggen met de bedoeling, dat het saldo-effect (art. 507b lid 1 Rv formuleert het inmiddels als het deel van de koopprijs dat de notaris ten behoeve van de verkoper onder zich houdt) van de desbetreffende partij te zijner beschikking komt”. De charme van deze suggestie is bovendien dat, in tegenstelling tot de huidige Vormerkung, ook (bijvoorbeeld) een toekomstig hypotheekhouder van deze bescherming profiteert.
Het ideaal waar De Vries mee afsluit: “een vlekkeloze afwikkeling, waarin onverhoedse pech-risico’s niet meer mogelijk zijn”, is een ideaal dat ook in 2023 nog niet verwezenlijkt is. Echter, dankzij het bestaan van artikel 7:3 BW ligt het bereiken van dit ideaal wel degelijk binnen handbereik van de notariële praktijk. De verwezenlijking van dit ideaal is mijns inziens een dermate groot belang dat het (a) de moeite waard is om de oplossingsrichtingen die dit artikel bevat nader te verkennen en (b) best wat mag kosten. Immers, omdat met mijn suggestie niet langer rekening hoeft te worden gehouden met “onverhoedse pech-risico’s”, krijgen we er – in de vorm van lagere recherchekosten – ook iets voor terug.