Bundeling van omgevingsrecht
Einde inhoudsopgave
Bundeling van omgevingsrecht (R&P nr. SB5) 2012/4.8:4.8 SAMENVATTING EN CONCLUSIE
Bundeling van omgevingsrecht (R&P nr. SB5) 2012/4.8
4.8 SAMENVATTING EN CONCLUSIE
Documentgegevens:
Mr. J.H.G. van den Broek, datum 01-12-2012
- Datum
01-12-2012
- Auteur
Mr. J.H.G. van den Broek
- JCDI
JCDI:ADS358581:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht (V)
Milieurecht (V)
Omgevingsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op 1 oktober 2010 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in werking getreden.1 Hier is sprake van bundeling door herschikking.2 In hoofdstuk 4 is aan de hand van de in paragraaf 3.8 genoemde vijf toetsvragen onderzocht hoe deze bundeling van diverse regels in het omgevingsrecht in het wetssysteem van de Wabo zich verhoudt tot de in hoofdstuk 3 opgenomen criteria.
Het antwoord op de eerste toetsvraag3 is positief. Voor de inwerkingtreding van de Wabo was binnen het omgevingsrecht sprake van een wetssystematisch tekort omdat niet alle regels die volgens het op de echte werkelijkheid gebaseerde zakelijk samenhangcriterium een plaatsgebonden project dat bestaat uit één of meer activiteiten die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving onderling samenhangen, deel uitmaakten van hetzelfde wetssysteem.
Het antwoord op de tweede toetsvraag is overwegend negatief. De Wabo heeft het hiervoor genoemde wetssystematisch tekort immers verminderd, zij het niet geheel opgeheven. De vermindering van het wetssystematisch tekort is gerealiseerd door een groot aantal toestemmingsbesluiten voor een project in het wetssysteem van de Wabo op te nemen. Er is echter nog steeds sprake van wetssystematische tekorten, want de Wabo bevat niet alle regels ten aanzien van een project, noch alle activiteiten binnen een project waarvoor een omgevingsvergunning is vereist. Ook eist de Wabo geen omgevingsvergunning voor een aantal activiteiten binnen een project. Een aantal geconstateerde wetssystematische tekorten laat zich op relatief eenvoudige wijze oplossen.
Het antwoord op de derde toetsvraag is overwegend positief. In de Wabo leidt het gebruik van typisch juridische ordeningscriteria als algemeen-bijzonder, gelede normstelling en de verwijzing naar de Europese IPPC-richtlijn tot het voortbestaan van wetssystematische tekorten, die in de meeste gevallen verdedigbaar zijn, doch door de wetgever veelal eenvoudig te verminderen zijn.
De vierde toetsvraag is positief beantwoord. De bundeling die geleid heeft tot het wetssysteem van de Wabo heeft en passant het ontstaan van wetssystematische tekorten in de Wet milieubeheer tot gevolg gehad, aangezien belangrijke bepalingen inzake inrichtingen uit die wet zijn vervallen. Het gesignaleerde tekort is naar mijn oordeel niet verdedigbaar en kan slechts gedeeltelijk worden verminderd door de in de Wet milieubeheer voorkomende bepalingen inzake inrichtingen op te nemen in de Wabo. Een echte oplossing zie ik eerst in een nieuw door het samenhangcriterium van de fysieke leefomgeving bepaald wetssysteem waarin de bepalingen van de Wabo en de Wet milieubeheer worden herschikt.
Toetsvraag vijf is positief beantwoord, aangezien de Wabo is gericht op permanente verandering. De toekomstbestendigheid wordt nog vergroot door het gebruik van toekomstbestendige zakelijke en typisch juridische systeemordeningscriteria, mits de wetgever bij toekomstige wijzigingen aansluit bij die criteria.
Het feit dat de toetsvragen 1 en 5 positief en toetsvraag 3 overwegend positief zijn beantwoord betekent dat de Wabo een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan het ten dele verminderen van tot 1 oktober 2010 bestaande wetssystematische tekorten in het omgevingsrecht. Het overwegend negatieve antwoord op toetsvraag 2 en het positieve antwoord op toetsvraag 4 leidt in mijn toetsingskader desalniettemin tot de conclusie dat de bundeling die aanleiding is geweest voor het wetssysteem van de Wabo in de huidige vorm niet volledig verantwoord kan worden genoemd. In hoofdstuk 4 is een aantal suggesties gedaan tot verbetering. Als de wetgever er alsnog in zou slagen - in de Wabo of bijvoorbeeld in het kader van een nieuwe Omgevingswet - om de als gevolg van de bundeling in andere wetssystemen inzake het omgevingsrecht ontstane wetssystematische tekorten op te heffen, zou alsnog van een verantwoorde bundeling kunnen worden gesproken.