Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/1.5
1.5 Onderzoeksmethoden
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS394866:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie omtrent dit begrip Jans e.a. 2011, p. 4.
<http://ec.europa.eu/contracts_grants/grants_en.htm>.
<http://eur-lex.europa.eu/n1/index.htm>.
In de bijlagen is een lijst opgenomen van de instellingen waarmee is gesproken. Om privacyredenen zijn de namen van betrokkenen niet vermeld.
Zie bijvoorbeeld het EU-trendrapport 2012, Ontwikkelingen in het financieel management van de Europese Unie van 9 februari 2012 (<http://www.rekenkamer.nl/Publicaties/Onderzoeksrapporten/Introducties/2012/02/EU_trendrapport_2012>).
Zie bijvoorbeeld het rapport 'Beheer, controle en toezicht ESF 2000-2006' van 16 maart 2000; het rapport 'Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en ESF-gelden', Kamerstukken II 2001/02, 28 382, nrs. 1-2 en het rapport 'Resultaten van plattelandsprojecten met Europese subsidie', Kamerstukken II 2002/03, 28 800, nrs. 1-2.
Zie bijvoorbeeld het Rapport bij de Nederlandse EU-lidstaatverklaring 2010, Kamerstukken II 2010/11, 32 754, nrs. 2.
In de bijlagen is een lijst opgenomen van de instellingen waarmee is gesproken. Om privacyredenen zijn de namen van betrokkenen niet vermeld.
De vragenlijst die is voorgelegd aan Nederlandse uitvoeringsorganen is opgenomen in de bijlagen.
Voor dit onderzoek is gebruik gemaakt van verschillende methoden van onderzoek. Allereerst heeft een uitgebreid literatuuronderzoek plaatsgevonden. De geraadpleegde bronnen zijn de literatuur waarin het gaat om het Eu-recht in het algemeen, de uitvoering van het Eu-recht door Europese en nationale bestuursorganen (het zogenoemde Europees bestuursrecht),1 het Europese subsidierecht (zowel juridisch als beleidsmatig georiënteerd), de invloed van het Eu-recht op het Nederlandse bestuursrecht, het Nederlandse bestuursrecht, het Nederlandse subsidierecht en de Europeanisering van het Nederlandse subsidierecht. Het betreft niet alleen Nederlandstalige literatuur; voor het EUrecht in het algemeen, het Europees bestuursrecht en het Europees subsidierecht is ook Engels- en Duitstalige literatuur geraadpleegd.
Ten tweede zijn de verschillende voor dit onderzoek relevante Europese subsidieregelingen bestudeerd. Deze regelingen zijn te vinden door het raadplegen van de speciale subsidiesite van de Europese Commissie.2 Om de subsidieregelgeving uit eerdere programmaperioden te achterhalen is gebruik gemaakt van Eur-lex.3 Van de bestaande Europese subsidieregelingen — waarvan ik niet uitsluit dat er een over het hoofd is gezien — is nagegaan in hoeverre nationale uitvoeringsorganen bij de uitvoering daarvan zijn betrokken en in hoeverre daarbij gebruik kan worden/wordt gemaakt van het nationale recht. Uit de bestudering van de relevante Europese subsidieregelingen bleek dat ook Europese regelgeving op andere rechtsterreinen relevant is. Onderzoek is gedaan naar onder meer de toepasselijkheid van de Europese staatssteun-regels, de aanbestedingsregels en het Financieel Reglement waarin regels over de uitvoering van de Europese begroting zijn te vinden. Naar aanleiding van de gehouden interviews met vertegenwoordigers van de Europese instellingen en nationale uitvoeringsorganen4 is ook onderzoek gedaan naar de functie van Europese soft law bij de uitvoering van de Europese subsidieregelgeving.
Ten derde is de Nederlandse subsidiewet- en regelgeving bestudeerd. Daarbij gaat het in de eerste plaats om de speciale nationale regelingen die ter uitvoering van de Europese subsidieregelgeving zijn opgesteld. Deze zijn niet alleen gevonden via <http://www.overheid.nl>, maar ook op de websites van de betrokken Nederlandse uitvoeringsorganen. In de tweede plaats is ook de algemene Nederlandse subsidiewet- en regelgeving in aanmerking genomen, nu zij in veel gevallen ook op de uitvoering van Europese subsidieregelingen van toepassing blijkt te zijn.
Ten vierde zijn ook de rapporten van de Europese en Nationale Rekenkamer zeer nuttig en relevant gebleken. Het gaat daarbij om de jaarlijkse rapporten omtrent de Eu-begroting van de Europese Rekenkamer. De rapporten van de nationale rekenkamer bevatten veel informatie over de uitvoering van de Europese subsidieregelingen in Nederland. Daarbij gaat het niet alleen om de jaarlijks gepubliceerde Eu-trendrapporten,5 maar ook om verslagen over specifieke Europese subsidieregelingen.6
Voorts zijn allerlei jaarlijkse Europese en nationale rapporten geraadpleegd die handelen over de uitvoering van de Europese subsidieregelgeving (in Nederland). Gedacht kan worden aan allerlei rapporten van de Europese Commissie, zoals de jaarlijkse verslagen over de uitvoering van de Structuurfondsen, de rapporten over de economische en sociale cohesie en de bescherming van de financiële belangen van de EU. Ook de jaarlijkse lidstaatverklaringen over de in Nederland bestede Europese gelden zijn geraadpleegd.7
Ten zesde heeft een uitgebreid jurisprudentieonderzoek plaatsgevonden. De relevante Europese jurisprudentie is gevonden op de website van het Hof van Justitie.8 De Nederlandse jurisprudentie is geraadpleegd via de websites <http://www.rechtspraak.nl> en <http://www.raadvanstate.nl >. Uiteraard zijn ook de jurisprudentietijdschriften geraadpleegd voor eventuele daarbij behorende annotaties.
Internet bleek een nuttig hulpmiddel voor het onderhavige onderzoek. Hoewel één Nederlandse website met daarop alle relevante informatie over de in Nederland uitgevoerde Europese subsidieregelingen met daarbij tevens de relevante nationale documenten helaas ontbreekt, zijn de meeste relevante documenten terug te vinden op de websites van de nationale uitvoeringsorganen die de Europese subsidies verstrekken. Ook de websites van coordinerende ministeries, zoals EL&I, bleken erg nuttig, evenals de website van het Regiebureau POP en de site waarop de meeste projecten die met Europese subsidies zijn gefinancierd zijn te vinden, namelijk: <http://www.europaomdehoek.nl>.
Ten slotte is voor dit onderzoek gebruik gemaakt van een groot aantal gehouden interviews met Europese en Nederlandse uitvoeringsorganen die bij de uitvoering van de Europese subsidieregelingen zijn betrokken. Gesproken is bijvoorbeeld met betrokkenen werkzaam bij de Europese Commissie, de Europese Rekenkamer en verschillende Nederlandse ministeries, Euregio's, provincies en productschappen.9 Ook is met subsidieadviseurs en eindontvangers van Europese subsidies gesproken. Deze interviews zijn gehouden om diverse vragen waarop na bestudering van de Europese en Nederlandse subsidieregelgeving en de Europese en nationale jurisprudentie geen duidelijk antwoord was gevonden, aan betrokkenen die dagelijks met deze vragen (zouden moeten) worden geconfronteerd voor te leggen. De van te voren toegezonden vragenlijst'10bevat vragen als: Welke betekenis komt Europese soft law toe bij de uitvoering van Europese subsidieregelingen? In hoeverre zijn lidstaten gehouden om Europese subsidies van de eindontvangers van Europese subsidies terug te vorderen, indien de gelden zijn terugbetaald aan de Europese Commissie? In hoeverre zijn de Europese staatssteunregels van toepassing en dient de Europese subsidie te worden aangemeld? In hoeverre zijn nationale uitvoeringsorganen gehouden om door henzelf vastgestelde nationale regels na te leven en in hoeverre is de subsidietitel van de Awb op de desbetreffende Europese subsidie van toepassing?
Al deze gesprekken zijn van onschatbare waarde geweest voor een goed begrip van de uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland en van het verschil tussen de theorie en de praktijk. Naar aanleiding van de gesprekken met vertegenwoordigers van nationale uitvoeringsorganen is via social media (Linkedin), maar inmiddels ook fysiek, het Netwerk Europese subsidies gestart. Dit netwerk staat open voor alle professionals die zich bezig houden met de uitvoering van Europese subsidieregelingen en heeft onder meer tot doel kennisuitwisseling en het bieden van een platform om knelpunten op het gebied van de uitvoering van Europese subsidieregelingen aan elkaar voor te leggen.