Rb. Overijssel, 14-09-2021, nr. 8903430 \ CV EXPL 20-5633
ECLI:NL:RBOVE:2021:4089
- Instantie
Rechtbank Overijssel
- Datum
14-09-2021
- Zaaknummer
8903430 \ CV EXPL 20-5633
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:RBOVE:2021:4089, Uitspraak, Rechtbank Overijssel, 14‑09‑2021; (Eerste aanleg - enkelvoudig)
ECLI:NL:RBOVE:2021:2104, Uitspraak, Rechtbank Overijssel, 18‑05‑2021; (Eerste aanleg - enkelvoudig, Tussenuitspraak)
Uitspraak 14‑09‑2021
Inhoudsindicatie
Verstek. Ambtshalve toetsen koopovereenkomst: voldaan aan de precontractuele informatieverplichtingen en aan de contractuele informatieverplichtingen met uitzondering van het herroepingsrecht. “Additional costs” afgewezen ogv art. 6:230n lid 3 BW. Kredietovereenkomst vernietigd. Artikel 3:53 j° 6:203 BW.
Partij(en)
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer : 8903430 \ CV EXPL 20-5633
Vonnis van 14 september 2021
in de zaak van
de besloten vennootschap ARVATO FINANCE B.V., H.O.D.N. AFTERPAY, gevestigd en kantoorhoudende te Heerenveen,
eisende partij,
gemachtigde: Bosveld Incasso en Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde] , wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
niet verschenen.
1. De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 18 mei 2021;
- de akte van 15 juni 2021.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De verdere beoordeling
2.1.
Hetgeen is overwogen bij het voormelde tussenvonnis dient hier als ingelast te worden beschouwd.
2.2.
Eiseres heeft bij akte haar stellingen nader toegelicht en daarbij stukken overgelegd. Hierna zal – voor zover van belang – worden ingegaan op de nadere toelichting en stukken van eiseres.
online koopovereenkomst
2.3.
De vordering is gebaseerd op een koopovereenkomst op afstand met betrekking tot een zaak tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument onder meer aan de wettelijke (pre)contractuele informatieverplichtingen van de artikelen 6:230m en 6:230v Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Artikel 6:230m BW bepaalt welke informatie moet worden verstrekt, artikel 6:230v BW bepaalt de wijze waarop die informatie moet worden gegeven. Dat verschilt naar gelang de aard en de inhoud van de overeenkomst. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd.
2.4.
Volgens genoemde bepalingen dient de handelaar de consument op duidelijke en begrijpelijke wijze te informeren over onder meer de voornaamste kenmerken van de zaak of dienst, de identiteit van de handelaar, waar en hoe de handelaar kan worden bereikt, de totale prijs en eventuele verdere kosten, de mogelijkheid van herroeping en de kosten van retournering. Uitdrukkelijk merkt de kantonrechter op dat dit slechts een samenvatting is van de kern van deze bepalingen. De kantonrechter verwijst naar hetgeen in die bepalingen verder is vermeld en attendeert erop dat afhankelijk van de aard van de zaak meer of minder informatie wordt verlangd.
handelaar moet informeren
2.5.
Wat de wijze van verstrekking van de informatie betreft kan de handelaar naar het oordeel van de kantonrechter niet volstaan met het opnemen daarvan in algemene voorwaarden. Tijdens het verkoopproces dient de consument stap voor stap langs deze informatie te worden geleid, zodat er geen enkel misverstand kan ontstaan over de vraag of de gemiddelde consument deze informatie bewust onder ogen heeft gekregen. Het gebruik van ‘kleine lettertjes’, zo blijkt uit de Kamerstukken, is in dat verband niet aanvaardbaar.
De handelaar moet de genoemde informatie op een duurzame gegevensdrager aan de consument verstrekken. Dit moet gebeuren bij het sluiten van de overeenkomst, of in ieder geval binnen een redelijke termijn daarna, uiterlijk bij de levering van de zaken. Zo’n duurzame gegevensdrager kan een brief zijn, een e-mailbericht, een pdf-bestand of zelfs een factuur, op voorwaarde dat daarin alle informatie is opgenomen.
eiseres moet voldoende stellen en onderbouwen
2.6.
In geval van een procedure dient eiseres te stellen dat aan al deze verplichtingen is voldaan, daargelaten of eiseres zelf de verkopende partij is of via een cessie of anderszins in de rechten van de verkopende partij is getreden. Deze stellingen moeten ook worden onderbouwd met bewijsstukken, zoals algemene voorwaarden, de duurzame gegevensdrager en een al dan niet in printscreens vastgelegd verslag van het bestelproces dat de consument doorloopt, waaruit blijkt hoe en waar de betreffende informatie is verstrekt. Kort gezegd, eiseres dient inzichtelijk te maken wat de klant te zien heeft gekregen en dat daarmee aan de wettelijke verplichtingen is voldaan.
wat betekent dat voor deze zaak
2.7.
In deze zaak heeft eiseres gesteld dat de koopovereenkomst is gesloten in een webwinkel. Er is gesteld dat is voldaan aan de precontractuele en contractuele informatieverplichtingen doordat de in artikel 6:230m BW genoemde informatie is getoond tijdens het bestelproces op de website en in de bevestiging van de bestelling. Tevens heeft eiseres printscreens van het bestelproces en de bevestiging overgelegd.
2.8.
De kantonrechter is van oordeel dat er is voldaan aan de wettelijke precontractuele informatieverplichtingen doordat tijdens het bestelproces de essentiële informatie is verstrekt aan de gedaagde op duidelijke en begrijpelijke wijze.
2.9.
Wat betreft de wettelijke contractuele informatieverplichtingen overweegt de kantonrechter als volgt. Eiseres heeft voldaan aan deze informatieverplichtingen, met uitzondering van de informatieverplichting ten aanzien van het herroepingsrecht. In de factuur van 20 juli 2019, die kan worden gezien als een duurzame gegevensdrager, is niet opgenomen of de gedaagde al dan niet een herroepingsrecht toekomt. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat de contractuele informatieverplichtingen op dit onderdeel niet zijn nageleefd.
2.10.
De kantonrechter zal in afwachting van de beantwoording van prejudiciële vragen van de rechtbanken Noord-Nederland (29 september 2020, ECLI:NL:RBNNE:2020:3353) en Amsterdam (21 december 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:6481) aan de Hoge Raad vooralsnog niet overgaan tot het verbinden van gevolgen aan het niet (in alle opzichten) voldaan hebben aan de hierboven besproken (pre)contractuele informatieverplichtingen, afgezien van toepassen van de specifieke sancties die de wet op enkele van de informatieverplichtingen stelt. Daarbij is van belang dat de gedaagde de gekochte zaken kennelijk zonder commentaar heeft behouden.
2.11.
Dat op een juiste wijze informatie is gegeven over de “additional costs” is onvoldoende gesteld en/of gebleken. Het enkel opnemen van dergelijke bepalingen in de algemene voorwaarden is onvoldoende. Uit artikel 6:230n lid 3 BW volgt dat dat deze kosten niet verschuldigd zijn. De bijkomende in rekening gebrachte kosten, in dit geval een bedrag van € 13,29 aan “additional costs”, worden daarom afgewezen. Gedaagde moet dan ook in beginsel de hoofdsom van € 359,95 (€ 373,24 - € 13,29 (aan “additional costs”)) betalen.
kredietovereenkomst
2.12.
Eiseres stelt voorts bij akte – samengevat en voor zover van belang – het volgende over het krediet. Gedaagde kiest bij het aangaan zelf voor de mogelijkheid achteraf te betalen. De webshop biedt deze service gratis aan. De overeenkomst is zo opgesteld dat deze onder de uitzondering van artikel 7:58 lid 2 onder e BW valt. Er is dan ook geen krediettoets afgenomen. Alle voorwaarden worden vooraf kenbaar gemaakt, waarbij ook duidelijk is gemaakt dat er geen kosten in rekening worden gebracht voor de kredietverstrekking, alleen bij te late betaling worden administratiekosten (incassokosten) in rekening gebracht. De administratiekosten zijn in dit geval de incassokosten, zoals opgenomen in artikel 6.2 en 6.3 van de betaalvoorwaarden. Deze vergoeding ziet alleen op de incassokosten die op grond van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) worden berekend. De kosten zijn dus wel aan een maximum gebonden. Er worden geen andere kosten in rekening gebracht voor de kredietverstrekking.
2.13.
De kantonrechter overweegt als volgt. De stelling van eiseres dat op grond van de algemene voorwaarden bij te late betaling alleen wettelijke incassokosten in rekening worden gebracht, blijkt niet uit de door eiseres bedongen voorwaarden. De in artikel 6.3 van die voorwaarden bedongen kosten, waar zij in haar akte naar verwijst, betreffen de wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten met een minimum van € 40,00. Zoals reeds bij tussenvonnis is overwogen heeft eiseres echter in artikel 6.2 van haar algemene voorwaarden ook administratiekosten bedongen bij te late betaling. Deze kosten zijn niet gespecificeerd en er is ook geen maximumbedrag bedongen.
2.14.
Op grond van de hierboven genoemde voorwaarden kan eiseres bij verzuim een door haar zelf te bepalen bedrag aan administratiekosten, alsmede de wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten conform het Besluit bij de consument in rekening brengen.
2.15.
Voorts heeft eiseres op grond van haar algemene voorwaarden (artikel 2.4 van de bij dagvaarding geciteerde voorwaarden, artikel 2.2 van de bij akte overgelegde algemene voorwaarden) bedongen eventuele kosten van betaling of andere kosten in geval van retournering van de door de consument gedane bestelling niet te restitueren. Eiseres heeft deze kosten niet toegelicht.
2.16.
Gelet op het voorgaande is er geen aanleiding om terug te komen op hetgeen bij tussenvonnis is overwogen over de kredietovereenkomst. De kredietovereenkomst wordt vernietigd.
2.17.
Zoals bij tussenvonnis is overwogen, moet ingevolge artikel 3:53 j° 6:203 BW gedaagde bij vernietiging van de overeenkomst in beginsel het geleende geld aan eiseres terugbetalen (zonder rente en kosten) en moet eiseres de reeds betaalde krediet- en vertragingsvergoeding (rente) terugbetalen aan gedaagde. Gedaagde heeft € 359,95 van eiseres geleend. Gedaagde heeft geen enkele betaling gedaan, zodat dit bedrag dan ook wordt toegewezen.
proceskosten
2.18.
Gedaagde zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten voor de genomen akte blijven echter voor rekening van eiseres, aangezien het aan haarzelf is te wijten dat het nodig was deze extra akte op te stellen. Op basis van het toe te wijzen bedrag worden de kosten aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op:
- explootkosten € 86,85
- griffierecht € 126,00
- salaris gemachtigde € 75,00 (1 punt x het geldende liquidatietarief)
totaal € 287,85.
3. De beslissing
De kantonrechter
3.1.
veroordeelt gedaagde aan eiseres een bedrag te betalen van € 359,95;
3.2.
veroordeelt gedaagde in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van eiseres begroot op € 287,85;
3.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.J.S. Groeneveld-Koekkoek, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 14 september 2021. (HRP)
Uitspraak 18‑05‑2021
Inhoudsindicatie
Tussenvonnis. Eiseres is de wettelijke (pre)contractuele informatieverplichtingen niet nagekomen. Kantonrechter is voornemens de kredietovereenkomst op grond van artikel 3:40 lid 2 BW ambtshalve te vernietigen.
Partij(en)
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer : 8903430 \ CV EXPL 20-5633
Vonnis van 18 mei 2021
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ARVATO FINANCE B.V., H.O.D.N. AFTERPAY, gevestigd en kantoorhoudende te Heerenveen,
eisende partij,
gemachtigde: Bosveld Incasso en Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde] , wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
niet verschenen.
1. De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- het tegen gedaagde verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De vordering
2.1.
Eiseres vordert – samengevat – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van gedaagde tot betaling van een bedrag van € 438,70 met rente en kosten. Eiseres legt het volgende ten grondslag aan de vordering.
2.2.
Gedaagde heeft bij een webwinkel producten geselecteerd en heeft op de website gekozen voor de betaalmethode van eiseres. Vervolgens zijn de door gedaagde ingevoerde gegevens volledig automatisch overgedragen aan eiseres en door eiseres getoetst voor acceptatie. Na acceptatie kan het bestelproces doorgang vinden, waarna de webwinkel de bestelling heeft uitgevoerd. Na verzending van de bestelling heeft eiseres per e-mailbericht een betaaloverzicht aan gedaagde verzonden. De factuur voor de geleverde producten dient binnen 14 dagen na ontvangst van de online gekochte goederen te worden voldaan aan eiseres.
2.3.
Eiseres stelt dat de webwinkel en zijzelf hebben voldaan aan de precontractuele en contractuele verplichtingen van artikel 6:230m van het Burgerlijk Wetboek (BW).
2.4.
Op de overeenkomst zijn de betalingsvoorwaarden van eiseres van toepassing. Deze voorwaarden zijn voor het sluiten van de overeenkomst aan de consument op elektronische wijze beschikbaar gesteld. De vordering is mede gebaseerd op deze betalings-voorwaarden. Eiseres citeert in haar dagvaarding artikel 2 Wijze van betalen, artikel 6 Verzuim en artikel 4 Betaaltermijn.
2.5.
Eiseres brengt geen kosten in rekening voor de service om achteraf te betalen. Er zijn webwinkels die voor het gebruik van deze betaalmethode een vergoeding in rekening brengen. Die vergoeding varieert van € 0,95 tot ongeveer € 5,00. Nu deze kosten onbetekenend zijn en de kredietovereenkomst binnen veertien dagen dient te worden terugbetaald zijn de bepalingen van Titel 2A van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek (titel 7:2A BW) niet van toepassing, aldus eiseres.
2.6.
Eiseres stelt dat de grondslag van de vordering bestaat uit twee overeenkomsten, een online koopovereenkomst en een consumentenkredietovereenkomst.
3. De beoordeling
3.1.
Gedaagde is een consument, althans wordt vermoed consument te zijn.
online koopovereenkomst
3.2.
Eiseres stelt dat de verkoper aan alle precontractuele en contractuele informatie-verplichtingen heeft voldaan, maar legt daar geen stukken van over. Deze stellingen moeten ook worden gesubstantieerd met bewijsstukken, zoals algemene voorwaarden, de duurzame gegevensdrager en een al dan niet in schermafdrukken vastgelegd verslag van het bestel-proces dat de consument doorloopt, waaruit blijkt hoe en waar de betreffende informatie is verstrekt. Kort gezegd, eiseres dient inzichtelijk te maken wat de klant te zien heeft gekregen en dat daarmee aan de wettelijke verplichtingen is voldaan. Dit geldt ook indien eiseres, via een cessie of anderszins, in de rechten van de verkopende partij is getreden. Eiseres zal in de gelegenheid worden gesteld om alsnog inzichtelijk te maken dat is voldaan de wettelijke verplichtingen. De zaak zal daartoe worden verwezen naar de rol.
kredietovereenkomst
3.3.
Partijen zijn overeengekomen dat gedaagde het aankoopbedrag van de in de webwinkel bestelde goederen 14 dagen na levering van die goederen aan eiseres betaalt. Het verlenen van uitstel van betaling aan gedaagde is een vorm van kredietverstrekking.
3.4.
3.5.
Het doel van de richtlijn consumentenkrediet, die aan de bepalingen van titel 7:2A BW ten grondslag ligt, is het waarborgen van een hoge bescherming van de consument en te voorkomen dat kredietgevers zich inlaten met onverantwoorde lening-praktijken.
3.6.
Om een hoog niveau van consumentenbescherming te waarborgen heeft de Uniewetgever in artikel 3, onder g, van de richtlijn consumentenkrediet (artikel 7:57 lid 1 sub g BW) het begrip totale kosten van het krediet voor de consument bijzonder ruim omschreven. Om die reden houdt het begrip geen of onbetekenende kosten in dat er hooguit sprake kan zijn van een kleine vergoeding.
3.7.
Op grond van artikel 7:57 lid 1 onder g BW wordt onder totale kosten van het krediet voor de consument verstaan: alle kosten die de consument moet maken voor een consumptief krediet, bijvoorbeeld de rente, commissielonen, administratiekosten, vergoedingen voor bemiddelaars en de kosten voor nevendiensten die een consument verplicht in combinatie met het krediet moet afnemen, waaronder verzekeringspremies, bijbehorende assurantiebelasting en de kosten voor betaalmiddelen waarmee krediet-opnemingen kunnen worden verricht.
3.8.
Dit betekent dat de door webwinkels in rekening gebrachte vergoedingen voor het gebruik van deze betaalmethode onder de kosten van het krediet vallen.
3.9.
Op grond van artikel 7:74 sub h BW vallen ook de kosten uit hoofde van het kredietrisico (dat wil zeggen risico van wanbetaling door de kredietnemer) onder het begrip kredietvergoeding en zijn daarom aan te merken als kosten van het krediet.
3.10.
Uit de door eiseres in de dagvaarding geciteerde voorwaarden blijkt dat zij in artikel 2.4 van haar algemene voorwaarden heeft bedongen dat zij eventuele kosten van betaling of andere kosten in geval van retournering van de door de consument gedane bestelling niet hoeft te restitueren. Voorts heeft zij in de artikelen 6.2 en 6.3 van de algemene voorwaarden bij overschrijding van de betalingstermijn administratiekosten bedongen. Gelet op wat hiervoor is overwogen, moeten deze kosten, naar het oordeel van de kantonrechter, gerekend worden tot de kosten van het krediet.
3.11.
Nu eiseres de bedongen kosten in haar algemene voorwaarden niet specificeert en ook geen minimum of maximum bedrag of percentage van het geleende bedrag opgenomen is, kan eiseres op grond van deze bedingen in feite ieder bedrag aan kosten bij de consument in rekening brengen. Dit betekent bovendien dat de consument uit de algemene voorwaarden zelf niet kan opmaken met welke mogelijke kosten hij nog kan worden geconfronteerd.
3.12.
De omstandigheid dat eiseres bij iedere overeenkomst in feite zelf kan beslissen of en zo ja welk bedrag aan kosten zij in rekening kan brengen, maakt dat er niet geoordeeld kan worden dat sprake is van onbetekenende kosten. De kantonrechter kan op basis van hetgeen partijen zijn overeengekomen immers niet vaststellen of er slechts sprake is van een kleine vergoeding. Bovendien kunnen er door de webshop ook nog kosten in rekening worden gebracht voor de door de eiseres aangeboden betaalmethode, maar dit wordt door eiseres onvoldoende toegelicht. Daarmee is geen sprake van de in artikel 7:58 lid 2 onder e BW bedoelde uitzondering.
3.13.
Dat eiseres geen of slechts een kleine vergoeding in rekening brengt, blijkt niet uit bovengenoemde algemene voorwaarden en ook niet uit de bij de dagvaarding overgelegde producties. Daaruit blijkt dat eiseres in totaal een bedrag van € 47,00 (€ 21,00 + € 26,00) aan administratiekosten in rekening heeft gebracht op een krediet van € 373,24. Dat zijn naar het oordeel van de kantonrechter meer dan onbetekenende kosten. Dat deze administratiekosten bij dagvaarding niet worden gevorderd, maakt dat niet anders.
3.14.
Om die reden zijn op grond van artikel 7:58 BW de bepalingen van titel 7:2A BW op deze overeenkomst van toepassing.
3.15.
De door eiseres toegelichte wijze van contracteren voldoet naar het oordeel van de kantonrechter niet aan de wettelijke vereisten van een kredietovereenkomst.
3.16.
Dat gedaagde voor het sluiten van de overeenkomst op duidelijke en begrijpelijke wijze is geïnformeerd over de afbetalingstermijn, de kosten van het krediet en zijn herroepingsrecht is niet komen vast te staan. Het enkel verplicht aanvinken van een link naar de algemene voorwaarden van eiseres voldoet in ieder geval niet.
3.17.
Het in het geding gebrachte e-mailbericht met een overzicht van de aankoop en vermelding van Afterpay als betalingswijze voldoet ook niet aan de essentiële contractuele informatieverplichtingen van artikel 7:60 BW.
3.18.
Voorts is niet gesteld of gebleken dat eiseres de kredietwaardigheid van gedaagde heeft getoetst. Uit de summiere stellingen van eiseres en de geciteerde algemene voor-waarden blijkt dat er kennelijk een acceptatietoets wordt gedaan. Eiseres licht deze toets niet toe en de productie waarnaar zij verwijst betreft slechts persoonsgegevens van gedaagde.
3.19.
De kredietwaardigheidstoets heeft als doel de consument te beschermen tegen overkreditering en te voorkomen dat kredietgevers zich inlaten met onverantwoordelijke lening-praktijken. Dit risico is voor kleine leningen – zoals de onderhavige – aanwezig, omdat de door eiseres aangeboden kredieten worden afgesloten ter financiering van aankopen in een webwinkel die door de consument met voldoende kredietwaardigheid zonder lening kunnen worden aangeschaft.
voornemen vernietiging kredietovereenkomst
3.20.
Nu eiseres haar wettelijke (pre)contractuele informatieverplichtingen niet is nagekomen, is de kantonrechter voornemens de kredietovereenkomst op grond van artikel 3:40 lid 2 BW ambtshalve te vernietigen.
3.21.
Ingevolge artikel 3:53 j° 6:203 BW moet gedaagde bij vernietiging van de overeenkomst in beginsel het geleende geld terugbetalen aan eiseres en moet eiseres de eventueel reeds betaalde krediet- en vertragingsvergoeding terugbetalen aan gedaagde.
3.22.
De zaak zal worden verwezen naar de rol om eiseres in de gelegenheid te stellen zich bij akte uit te laten over vernietiging van de kredietovereenkomst.
3.23.
Tevens moet eiseres een kopie van de akte aan gedaagde toe te sturen met de mededeling dat gedaagde uiterlijk op de hieronder genoemde rolzitting op die akte kan reageren.
4. De beslissing
De kantonrechter
4.1.
verwijst de zaak naar de rolzitting van dinsdag 15 juni 2021 voor het indienen van een akte door eiseres over het voornemen tot vernietiging van de kredietovereenkomst, bij welke akte zij tevens de onder 3.2. genoemde stukken kan overleggen;
4.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.J.S. Groeneveld-Koekkoek, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2021.