Einde inhoudsopgave
Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II (BPP nr. XVI) 2015/27
27 Belangenafweging
mr. J.F. Vlek, datum 30-10-2014
- Datum
30-10-2014
- Auteur
mr. J.F. Vlek
- JCDI
JCDI:ADS508957:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Europees burgerlijk procesrecht
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie conclusie AG Asser sub 2.14 vóór HR 5 november 1993, NJ 1994/154 m.nt. PAS. De AG benadrukt sub 2.15 eens te meer dat het ook hier – zoals bij alle toepassingen van de misbruikfiguur – gaat om een wankel en lastig in harde termen te definiëren evenwicht: ‘Ik laat het hierbij voor het moment, niet verhelend dat ik de afbakening tussen wat de rechtszekerheid vereist en de rechtvaardigheid van ons verlangt moeilijk vind en, ik kom er rond voor uit, de nodige twijfels behoud.’
Zie uitgebreid Rodenburg 1985, p. 73-74; Mon. BW A4 (Schrage) 2007, p. 79.
HR 21 mei 1999, NJ 1999/507 (Wekking/Spoelstra).
Rechtbank Den Haag 1 juli 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ1680, r.o. 2.5.
Rechtbank Den Haag 1 juli 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ1680, r.o. 4.9.
Hof Den Haag 14 oktober 2008, JOR 2009/85.
Zoals strijd met het beginsel van hoor en wederhoor, zie Hof Amsterdam 21 juni 2011, NJF 2011/ 344; Rechtbank Den Haag (vzr.) 31 mei 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ6915. Vgl. ook Rechtbank Den Haag (vzr.) 25 februari 2011, NJF 2011/149 (ten onrechte achterwege blijven toetsing aan art. 10 lid 2 EVRM levert juridische misslag op).
De misbruikvraag bij executiegeschillen moet worden beantwoord aan de hand van een afweging van de belangen die een rol spelen bij de executie van een vonnis. Niet het vonnis zelf maar de executie daarvan moet centraal staan.1 Het moet onaanvaardbaar zijn dat het vonnis, gelet op de gevolgen van de executie voor de geëxecuteerde, ten uitvoer wordt gelegd. Ook hier spelen de criteria van misbruik en belangenafweging door elkaar heen. Het overkoepelende criterium is misbruik maken van een in beginsel bestaande executiebevoegdheid. Het misbruik kan bestaan in het feit dat de executant zich de belangen van de geëxecuteerde onvoldoende aantrekt. Dat is echter pas aan de orde indien er ofwel sprake is van nieuwe feiten, ofwel van een (juridische of feitelijke) misslag.2 Een kwade bedoeling van de executant is niet vereist. Het ontstaan van een noodtoestand door executie zal ook aan de hand van een belangenafweging moeten worden vastgesteld. Daarbij is van belang dat de onevenredigheid van de belangen aan de executant kenbaar is.3 In een sprekend geval van misbruik van executiebevoegdheid door het ontstaan van een noodtoestand oordeelde de rechtbank Den Haag dat ‘er sprake is van een gezin met ernstige beperkingen in een vaste sociale structuur welke nu nog de mogelijkheid biedt zelfstandig te functioneren.’4 De executie van het ontruimingsvonnis door de gemeente werd derhalve als misbruik van bevoegdheid aangemerkt omdat, kort gezegd, de psychische en sociale schade aan de geëxecuteerde in een wanverhouding stonden tot het belang van de gemeente bij executie: ‘Elke andere oplossing brengt onherstelbare schade aan hem (de geëxecuteerde, JV) toe en waarschijnlijk hoge kosten voor de samenleving als geheel.’5 Een mooi voorbeeld van een juridische misslag levert het geval op waarbij de schuldenaar – ondanks dat de schuldsaneringsregeling op hem van toepassing was – werd veroordeeld tot voldoening van een geldbedrag. Het executeren van een dergelijk vonnis leidde tot het oordeel dat sprake was van misbruik van executiebevoegdheid.6 Juridische misslagen kunnen ook worden gevonden in het veronachtzamen van elementaire procesrechtelijke beginselen.7