NJB 2011, 52
De redenen van het hof om voorwaardelijk opzet aan te nemen, leveren daartoe onvoldoende grond op
HR 30-11-2010, ECLI:NL:HR:2010:BO5364
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
30 november 2010
- Magistraten
Mrs. Koster, Thomassen en Loth
- Zaaknummer
09/00942 E
- Conclusie
A-G Aben
- LJN
BO5364
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2010:BO5364, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 30‑11‑2010
ECLI:NL:PHR:2010:BO5364, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 31‑08‑2010
- Wetingang
Sv art. 359
Essentie
De redenen van het hof om voorwaardelijk opzet aan te nemen, leveren daartoe onvoldoende grond op
Uitspraak
De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld tot een geldboete van € 17 500 waarvan € 7500 voorwaardelijk wegens het onder 1 tot en met 4 telkens primair tenlastegelegde medeplegen van opzettelijke overtredingen van een voorschrift gesteld bij de Wet milieubeheer, telkens meermalen gepleegd. Het tweede middel bevat de klacht dat het onder 4 bewezenverklaarde onvoldoende met redenen is omkleed. In het bijzonder wordt daar bestreden dat er sprake is van voorwaardelijk opzet.
Onder 4 heeft het hof bewezenverklaard dat hij in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.