NJ 1942/296
Schuldeischer vordert van een der erfgenamen van den overleden borg zijn aandeel in de schuld uit borgtocht. Borg was in gemeenschap van goederen gehuwd, terwijl de weduwe tevens erfgename was. Uit den (beneficiair aanvaarden) boedel van de weduwe wordt een gedeelte van het verschuldigde betaald (meer dan zij als erfgename verschuldigd was. Red.). Blijft daardoor de aansprakelijkheid van de andere erfgenamen van den borg onverlet? Rechtb.: Ja. Hooge Raad: Neen. Proc.-Gen.: Ja.
HR 02-01-1942, ECLI:NL:HR:1942:250
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
2 januari 1942
- Magistraten
Mrs. van Loon, Nypels, van der Meulen, Smits en Weitjens,
- Zaaknummer
[02011942/NJ_1942-296]
- Conclusie
Mr. Berger
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1942:250, Uitspraak, Hoge Raad, 02‑01‑1942
- Wetingang
(BW art. 185, 1146.)
Essentie
Schuldeischer vordert van een der erfgenamen van den overleden borg zijn aandeel in de schuld uit borgtocht. Borg was in gemeenschap van goederen gehuwd, terwijl de weduwe tevens erfgename was. Uit den (beneficiair aanvaarden) boedel van de weduwe wordt een gedeelte van het verschuldigde betaald (meer dan zij als erfgename verschuldigd was. Red.). Blijft daardoor de aansprakelijkheid van de andere erfgenamen van den borg onverlet? Rechtb.: Ja. Hooge Raad: Neen. Proc.-Gen.: Ja.
Samenvatting
De weduwe was uit tweeërlei hooifde tot betaling verplicht, 1°. als echtgenoote voor de helft, 2°. als erfgename van haar man voor haar aandeel. Hare ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.