GS Verbintenissenrecht, art. 6:217 BW, aant. 1.8.1:1.8.1 Wil (art. 3:33 BW) jo. vertrouwen (art. 3:35 BW) dat reeds een overeenkomst is tot stand gekomen
1.8.1 Wil (art. 3:33 BW) jo. vertrouwen (art. 3:35 BW) dat reeds een overeenkomst is tot stand gekomen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Documentgegevens:
mr. J. den Hoed, voorheen bewerkt door mr. Y.G. Blei Weissmann, actueel t/m 01-11-2022
Actueel t/m
01-11-2022
Tijdvak
01-01-1992 tot: -
Auteur
mr. J. den Hoed, voorheen bewerkt door mr. Y.G. Blei Weissmann
Het antwoord op de vraag of op basis van de tussen partijen bereikte consensus tot contractuele gebondenheid kan worden geconcludeerd, hangt in de eerste plaats af van de bedoeling van partijen (art. 3:33 BW). Een beroep op het ontbreken van een met de verklaring overeenstemmende wil stuit af op een beroep op vertrouwen door de wederpartij, voor zover gerechtvaardigd te achten (art. 3:35 BW).
De vraag naar de al dan niet totstandkoming van de overeenkomst wordt hier gepresenteerd in termen van een ‘discrepantie tussen wil en verklaring’. Partij A stelt dat de reeds bereikte consensus ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
GS Verbintenissenrecht, art. 6:217 BW, aant. 1.8.1
1.8.1 Wil (art. 3:33 BW) jo. vertrouwen (art. 3:35 BW) dat reeds een overeenkomst is tot stand gekomen
mr. J. den Hoed, voorheen bewerkt door mr. Y.G. Blei Weissmann, actueel t/m 01-11-2022
01-11-2022
01-01-1992 tot: -
mr. J. den Hoed, voorheen bewerkt door mr. Y.G. Blei Weissmann
GS Verbintenissenrecht, art. 6:217 BW, aant. 1.8.1
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
aanbod
totstandkoming overeenkomst
aanvaarding
Burgerlijk Wetboek Boek 6 artikel 217
Het antwoord op de vraag of op basis van de tussen partijen bereikte consensus tot contractuele gebondenheid kan worden geconcludeerd, hangt in de eerste plaats af van de bedoeling van partijen (art. 3:33 BW). Een beroep op het ontbreken van een met de verklaring overeenstemmende wil stuit af op een beroep op vertrouwen door de wederpartij, voor zover gerechtvaardigd te achten (art. 3:35 BW).
De vraag naar de al dan niet totstandkoming van de overeenkomst wordt hier gepresenteerd in termen van een ‘discrepantie tussen wil en verklaring’. Partij A stelt dat de reeds bereikte consensus ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.