Retentierecht en uitwinning
Einde inhoudsopgave
Retentierecht en uitwinning (O&R nr. 110) 2019/6.3.2.3:6.3.2.3 Beslagobject: de zaak of het recht?
Retentierecht en uitwinning (O&R nr. 110) 2019/6.3.2.3
6.3.2.3 Beslagobject: de zaak of het recht?
Documentgegevens:
mr. M.A. Heilbron, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. M.A. Heilbron
- JCDI
JCDI:ADS587547:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Snijders 2006, p. 831.
Vgl. voor het fiscale bodembeslag: Geurts & Tweehuysen 2017/38, p. 227.
Vgl. de rationes van het derdenverhaalsrecht, beschreven in par. 6.2.4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
273. Wanneer in het BW het woord ‘zaak’ wordt gebruikt, moet men daar soms ‘eigendom’ voor lezen, soms ‘de zaak zelf’ en soms beide.1 Dit wordt de vereenzelviging van zaak en eigendom genoemd.2 Het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dient ertoe om de aanspraken die uit het materiële recht voortvloeien te verwezenlijken. Anders dan het materiële recht, kent het procesrecht niet de nuance tussen het recht en het object van dat recht. Het procesrecht gaat uit van de zaak zelf als object, niet van het recht dat betrekking heeft op de zaak. Beslag wordt niet gelegd op eigendomsrechten, maar op de zaken zelf (waar die eigendomsrechten betrekking op hebben).3 Dit wordt geïllustreerd door de verschillende categorieën beslagobjecten voor verhaalsbeslag in Rv: dat zijn roerende zaken, effecten, aandelen, onroerende zaken, schepen, luchtvaartuigen, derdenbeslag, alimentatiebeslag en eigenbeslag. Het zijn steeds de objecten van vermogensrechten, niet de vermogensrechten zelf die vatbaar zijn voor beslag. Het valt ook op dat in deze opsomming van de verschillende mogelijke objecten de beperkte rechten niet voorkomen; via de schakelbepaling van art. 437 Rv is hetgeen is bepaald omtrent de executie van goederen ook van toepassing op de executie van beperkte rechten op deze goederen. Het leggen van beslag is een feitelijk gebeuren. De deurwaarder die toegang heeft tot het huis of het bedrijf van een beslagene, mag vooralsnog beslag leggen op alle roerende zaken die hij daar aantreft.4 Het feit dat de zaak zelf het beslagobject is, speelt mijns inziens mee om de procedure van beslaglegging te bepalen. De retentor neemt de zaak als verhaalsobject zoals hij deze onder zich heeft gekregen. De wetgever gaat ervan uit dat de retentor de zaak beschouwde en mocht beschouwen als verhaalsobject; het feit dat een ander dan de schuldenaar eigenaar van de zaak is, is daaraan in beginsel ondergeschikt.5 Het beslag richt zich op het door de retentor gekozen object. De goederenrechtelijke verhoudingen die bestaan met betrekking tot dat beslagobject en de bezwaren van de gerechtigden komen pas in een later stadium aan de orde. Een derde die het niet eens is met beslag op zijn goed of het goed waar hij een recht op heeft, kan zich daar door middel van een executiegeschil tegen verzetten, zie art. 438 lid 5 Rv, dat volgt op art. 456 Rv voor roerende zaken en art. 538 voor onroerende zaken.