Hof Amsterdam, 22-06-2010, nr. 200.035.374/01 NOT
ECLI:NL:GHAMS:2010:BM9741
- Instantie
Hof Amsterdam (Notariskamer)
- Datum
22-06-2010
- Magistraten
Mrs. L. Verheij, A.M.A. Verscheure, P. Blokland
- Zaaknummer
200.035.374/01 NOT
- LJN
BM9741
- Vakgebied(en)
Juridische beroepen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:GHAMS:2010:BM9741, Uitspraak, Hof Amsterdam (Notariskamer), 22‑06‑2010
Uitspraak 22‑06‑2010
Mrs. L. Verheij, A.M.A. Verscheure, P. Blokland
Partij(en)
Beslissing van 22 juni 2010 in de zaak onder nummer 200.035.374/01 NOT van:
[de notaris],
notaris te [plaatsnaam],
APPELLANT,
gemachtigde: mr. J.M.A.H. van der Ploeg,
tegen
Ring Almelo van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie,
gevestigd te Almelo,
GEÏNTIMEERDE,
vertegenwoordigd door: mr. B.F. Wesseling, voorzitter.
1. Het geding in hoger beroep
1.1.
Van de zijde van appellant, verder te noemen: de notaris, is bij een op 22 juni 2009 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift — met bijlagen — tijdig hoger beroep ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer van toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te Almelo, verder te noemen de kamer, van 28 mei 2009. In deze beslissing is de klacht van geïntimeerde — hierna te noemen: klaagster — gegrond verklaard, zonder oplegging van een maatregel.
1.2.
Van de zijde van de notaris is op 11 september 2009 een nadere aanvulling van de gronden van het appel ingekomen.
1.3.
Van de zijde van klaagster is op 21 oktober 2009 een verweerschrift — met bijlagen — ingekomen.
1.4.
De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 12 november 2009. Klaagster, de notaris en zijn gemachtigde zijn verschenen. De notaris en de gemachtigden hebben het woord gevoerd, de gemachtigde van de notaris aan de hand van aan het hof overgelegde pleitaantekeningen.
2. De stukken van het geding
Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.
3. De feiten
De notaris hanteert een zogenoemd prijsprotocol. Dit prijsprotocol is van toepassing op offertes van de notaris voor werkzaamheden ‘bij het vestigen van een hypotheek en de overdracht van een woning/onroerende zaak’ en wordt als bijlage aan offertes voor het verrichten van de desbetreffende werkzaamheden toegevoegd. In het prijsprotocol worden de verschillende werkzaamheden beschreven die plegen te worden verricht bij de overdracht van een registergoed en het vestigen van een hypotheek ter financiering van de aankoop, en de kosten daarvan. In het prijsprotocol wordt onderscheid gemaakt tussen ‘gebruikelijke werkzaamheden’ (die kennelijk voor het geoffreerde bedrag worden verricht) en werkzaamheden waarvoor extra — in het prijsprotocol per verrichting genoemde — bedragen in rekening kunnen worden gebracht.
4. Het standpunt van klaagster
Kort en zakelijk weergegeven komt de klacht op het volgende neer:
De notaris hanteert algemene voorwaarden in de vorm van een prijsprotocol. Hantering hiervan kan leiden tot een verhoging van het geoffreerde bedrag van de declaratie van de notaris zonder dat de opdrachtgever (de koper) de mogelijkheid heeft (gehad) de opdracht in te trekken. Dit is, aldus klaagster, in strijd met de artikelen 6:231 en verder van het Burgerlijk Wetboek (BW) en past een notaris niet.
Voorts blijkt uit het prijsprotocol dat de verkoper op grond hiervan eveneens geconfronteerd kan worden met een declaratie van de notaris zonder dat een opdracht voor de verrichte werkzaamheden is verstrekt.
5. Het standpunt van de notaris
De notaris stelt zich op het standpunt dat hij een prijsprotocol mag hanteren omdat zo conflicten kunnen worden voorkomen nu wederzijdse rechten en plichten van betrokken partijen zijn vastgelegd. Bij het formuleren van het prijsprotocol heeft de notaris, zo voert hij aan, de ‘Code Helder Offreren en Tariferen’ en de (in voorbereiding zijnde) ‘beleidsregels transparant offreren’ van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie als leidraad gebruikt.
De notaris offreert een vast tarief voor vooraf bepaalde wettelijk verplichte werkzaamheden (de ‘gebruikelijke werkzaamheden’). Indien daarnaast extra werkzaamheden moeten worden verricht, worden deze gedeclareerd volgens het prijsprotocol, dat vooraf kenbaar is gemaakt aan de opdrachtgever. Laatstgenoemde wordt — inmiddels — ook door de notaris geïnformeerd voordat die extra werkzaamheden worden uitgevoerd, zodat de opdrachtgever zijn opdracht desgewenst kan intrekken. Met het duidelijk omschrijven van de werkzaamheden en de daaraan verbonden kosten in het prijsprotocol is de transparantie juist toegenomen, aldus de notaris.
6. De beoordeling
6.1.
Het hof stelt voorop dat uitgangspunt bij de tarifering door een notaris dient te zijn dat er duidelijkheid bestaat omtrent de door deze in rekening te brengen kosten.
Het is een notaris in beginsel toegestaan om een prijsprotocol te hanteren ter bepaling van zijn tarief zonder in strijd te komen met de artikelen 6:231 e.v. BW en hetgeen hem als notaris betaamt, mits aan een aantal voorwaarden is voldaan. De notaris dient te voorkomen dat bij degenen die zijn diensten inroepen een onjuiste voorstelling van zaken ontstaat omtrent het bedrag dat uiteindelijk in rekening kan worden gebracht. Zo zal het door de notaris geoffreerde basistarief alle gebruikelijke werkzaamheden moeten omvatten in die zin dat er een reële mogelijkheid bestaat dat uiteindelijk inderdaad slechts dat basistarief in rekening wordt gebracht.
Dat is niet het geval indien de notaris werkzaamheden die in het kader van de desbetreffende transactie gebruikelijk zijn, zoals bijvoorbeeld het nemen van inzage in de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA), als extra werkzaamheden in rekening zou mogen brengen. In dit verband wordt opgemerkt dat ook incidentele werkzaamheden die zich met een zekere regelmaat voordoen, zoals de werkzaamheden in het kader van het betalen van een waarborgsom of het stellen van een bankgarantie, als ‘gebruikelijke werkzaamheden’ zouden moeten gelden en dus niet (achteraf) tot een verhoging van de declaratie aanleiding zouden mogen geven.
De mogelijkheid extra werkzaamheden in rekening te brengen dient derhalve beperkt te blijven tot werkzaamheden die ten tijde van het uitbrengen van de offerte door de notaris in redelijkheid niet konden worden voorzien. In dit verband kan gedacht worden aan het (als extra werkzaamheden in het prijsprotocol genoemde) verzorgen van de aflossing van een persoonlijke lening, het uitzoeken van een onbekende vererving aan verkoperszijde, het opmaken van al dan niet notariële volmachten of het opnieuw passeerklaar maken van het dossier nadat een afspraak niet is doorgegaan (anders dan door toedoen van de notaris).
Werkzaamheden die op het moment van het aannemen van de opdracht door de notaris wel redelijkerwijze te voorzien waren, mogen dus niet tot een latere verhoging van de declaratie leiden, hetgeen impliceert dat de notaris vóór het uitbrengen van een offerte enig onderzoek zal moeten verrichten. Zo zal de notaris van tevoren moeten informeren of de koopovereenkomst in de openbare registers dient te worden ingeschreven, en het op te geven basistarief daarop dienen af te stemmen.
De omschrijving van de extra werkzaamheden en de daaraan verbonden kosten dient voorts duidelijk te zijn. Zo is het niet geoorloofd om een spoedtarief te hanteren zonder tevoren duidelijk aan te geven wat onder ‘spoed’ wordt verstaan en gaat het niet aan om pas aan het einde van het prijsprotocol te vermelden dat de daarin genoemde (ronde) bedragen exclusief omzetbelasting zijn. Ook dient duidelijk te zijn voor wiens rekening de aan de extra werkzaamheden verbonden kosten komen.
6.2.
Het door de notaris gehanteerde prijsprotocol is, gezien de hiervoor geformuleerde voorwaarden, onvoldoende duidelijk en transparant. Zo worden de kosten van de inschrijving van de koopovereenkomst op het prijsprotocol vermeld en dus (kennelijk) niet meteen bij het opgeven van de basisprijs genoemd, en wordt het begrip ‘spoedtarief’ niet nader omschreven. Ook wordt niet aangegeven bij wie de extra kosten in rekening worden gebracht wanneer de benodigde gelden op het moment van het passeren van de akte niet binnen zijn, en wordt pas aan het einde van het prijsprotocol vermeld dat de daarin genoemde (ronde) bedragen nog met omzetbelasting worden verhoogd.
6.3.
Gezien het vorenoverwogene handelde de notaris met het hanteren van het litigieuze prijsprotocol niet met de zorg die hij behoort te betrachten tegenover de justitiabelen te wier behoeve hij zijn taken vervult. De notaris heeft in het kader van het opzetten van het systeem wel enig overleg met de KNB gevoerd, staat open voor verbeteringen, zoals reeds is gebleken ter zitting van de kamer, en heeft ook daadwerkelijk enige verbeteringen doorgevoerd. Daarom ziet het hof, evenals de kamer, geen aanleiding voor het opleggen van een maatregel.
6.4.
Hetgeen overigens is aangevoerd behoeft geen nadere bespreking en kan niet tot een ander oordeel leiden.
6.5.
Het vorenoverwogene leidt mitsdien tot de volgende beslissing.
7. De beslissing
Het hof:
- —
bekrachtigt de bestreden beslissing.
Deze beslissing is gegeven door mrs. L. Verheij, A.M.A. Verscheure en P. Blokland en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 22 juni 2010 door de rolraadsheer.