Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/20.2
20.2 De subsidietitel van de Awb
prof. mr. dr. J.E. van den Brink, prof. mr. drs. W. den Ouden, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
prof. mr. dr. J.E. van den Brink, prof. mr. drs. W. den Ouden
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Dit geldt bijv. voor Duitsland (Verwaltungsverfahrensgesetz) en Frankrijk (Code des relations entre le public et l’administration). Ook het voorstel voor de Europese Awb van het Europees Parlement bevat geen regels voor subsidies (zie https://www.europarl.europa.eu/meetdocs/2014_2019/plmrep/COMMITTEES/JURI/DV/2016/0128/1081253NL.pdf). De Unierechtelijke regels voor subsidiëring zijn te vinden in de Verordening nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie.
Daarover bijv. C.A.J.M. Kortmann, ‘Wie van de drie: de algemene wet, de algemene wet of de bijzondere wet?’, in: C.A.J.M. Kortmann e.a., De Awb en de bijzondere wetgeving (VAR-reeks 124), Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2000.
Zie de parlementaire enquête inzake het RSV-concern (Kamerstukken II 1984/85, 17817, 16-21) en de parlementaire enquête inzake de subsidiëring van de volkshuisvesting (Kamerstukken II 1987/88, 19623).
Vanzelfsprekend golden bij de totstandkoming van titel 4.2 Awb ook de algemene uitgangspunten van de Awb-wetgever; de subsidietitel moest dus in het algemeen zorgen voor meer eenheid binnen het subsidierecht, het systematiseren en zo mogelijk vereenvoudigen daarvan en de codificatie van in de jurisprudentie ontwikkelde leerstukken.
De subsidietitel van de Awb werd in 1998 in de Algemene wet bestuursrecht opgenomen en dat mag best bijzonder worden genoemd. Onder andere omdat in veel andere landen de overkoepelende bestuurs(proces)rechtelijke wetgeving geen algemene regels over subsidies bevat.1 Subsidierecht kan ook gemakkelijk als een bijzonder deelterrein van het bestuursrecht worden beschouwd, dat het best kan worden overgelaten aan de bijzondere wetgever. Die discussie daarover is in Nederland wel gevoerd,2 maar in de derde tranche van de Awb, die in 1998 in werking trad, is toch gekozen voor een algemene subsidieregeling. Dat was niet in de laatste plaats omdat een paar grote affaires en financiële debacles hadden laten zien dat de grootschalige publieke financiering van wenselijk geachte projecten en activiteiten de nodige risico’s met zich mee brengt.3 Een algemene regeling moest in het bijzonder4 zorgen voor een wettelijke grondslag voor en dus democratische legitimatie van de (omvangrijke) Nederlandse subsidiepraktijk. Verder diende de rechtszekerheid binnen subsidierelaties te worden versterkt en daarmee (ook) de doelmatigheid en doeltreffendheid van het subsidie-instrument. Tot slot zou een wettelijke regeling een belangrijke bijdrage moeten leveren aan de beheersing van de overheidsuitgaven aan subsidieregelingen en het tegengaan van misbruik van subsidiegelden. Ambitieuze doelstellingen dus, voor een regeling met een zeer breed bereik; zij is van toepassing op alle subsidies verstrekt door alle Nederlandse bestuursorganen die voldoen aan de subsidiedefinitie van artikel 4:21 Awb. Dat brede bereik reflecteert in de (flexibele) opzet en omvang van titel 4.2 Awb. Enerzijds geeft de subsidietitel een dwingend, eenduidig begrippenkader voor subsidierelaties en bevat zij een grote hoeveelheid bepalingen over veel onderwerpen die in een subsidierelatie van belang (kunnen) zijn. Anderzijds betreft het vaak semi-dwingende bepalingen (waarvan bij wettelijk voorschrift kan worden afgeweken) en facultatieve bepalingen (die door de bijzondere wetgever of het subsidiërende bestuursorgaan desgewenst van toepassing kunnen worden verklaard).