V-N 2023/32.19
Met BPM-aangiften frauderende autohandelaar terecht veroordeeld
HR 27-06-2023, ECLI:NL:HR:2023:974, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
27 juni 2023
- Magistraten
De Hullu, Van Strien, Faase
- Zaaknummer
21/01149
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS706937:1
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Fiscaal strafrecht (V)
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:974, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 27‑06‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:124, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 31‑01‑2023
- Wetingang
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat het hof de tenlastelegging aldus mocht verstaan dat X onjuiste of onvolledige gegevens in de BPM-meldingen heeft ingevuld of (laten) invullen, op basis waarvan zijn bv vervolgens in haar maandelijkse aangiften de verschuldigde BPM te laag vaststelde.
Samenvatting
X is directeur en enig aandeelhouder van een bv die veel auto’s uit het buitenland importeert. De bv doet maandelijks BPM-aangifte op basis van eerdere meldingen bij een BPM-kantoor die inmiddels steeds door een omgekochte ambtenaar van een fiscaal akkoord zijn voorzien. X manipuleert de meldingen door accessoires bijna nooit op te geven, koerslijsten onjuist ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.